woord OT NT apo Bijbel
wegs8109

Vindplaatsen van wegs in het Oude Testament. Het woord komt er 8 keer voor, in 8 verzen.

Job 6:18
De gangen haars wegs wenden zich ter zijde af; zij lopen op in het woeste, en vergaan.

Job 8:19
Zie, dat is de vreugde zijns wegs; en uit het stof zullen anderen voortspruiten.

Psalmen 140:6
De hovaardigen hebben mij een strik verborgen, en koorden; zij hebben een net uitgespreid aan de zijde des wegs; valstrikken hebben zij mij gezet. Sela.

Spreuken 8:22
De HEERE bezat Mij in het beginsel Zijns wegs, voor Zijn werken, van toen aan.

Spreuken 22:6
Leer den jongen de eerste beginselen naar den eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.

Ezechiël 16:25
Aan elk hoofd des wegs hebt gij uw hoge plaatsen gebouwd, en hebt uw schoonheid gruwelijk gemaakt, en hebt met uw benen geschreden voor een ieder, die voorbijging, en hebt uw hoererijen vermenigvuldigd.

Ezechiël 41:12
Voorts van het gebouw, dat voor aan de afgesneden plaats was in den hoek des wegs naar het westen, was de breedte zeventig ellen, en van den wand des gebouws was de breedte vijf ellen rondom henen, en de lengte daarvan negentig ellen.

Ezechiël 48:1
Dit nu zijn de namen der stammen. Van het einde noordwaarts, aan de zijde des wegs van Hethlon, waar men komt te Hamath, Hazar-enan, de landpale van Damaskus, noordwaarts aan de zijde van Hamath (ook zal hij den ooster hoek en westerhoek hebben), zal Dan een snoer hebben.