woord OT NT apo Bijbel
weidt92011

Vindplaatsen van weidt in het Oude Testament. Het woord komt er 9 keer voor, in 9 verzen.

Genesis 29:7
En hij zeide: Ziet, het is nog hoog dag, het is geen tijd, dat het vee verzameld worde; drenkt de schapen, en gaat heen, weidt dezelve.

Exodus 22:5
Wanneer iemand een veld, of een wijngaard laat afweiden, en hij zijn beest daarin drijft, dat het in eens anders veld weidt, die zal het van het beste zijns velds en van het beste zijns wijngaards wedergeven.

1 Samuël 16:11
Voorts zeide Samuël tot Isaï: Zijn dit al de jongelingen? En hij zeide: De kleinste is nog overig, en zie, hij weidt de schapen. Samuël nu zeide tot Isaï: Zend heen en laat hem halen; want wij zullen niet rondom aanzitten, totdat hij hier zal gekomen zijn.

Hooglied 1:7
Zeg mij aan, Gij, Dien mijn ziel liefheeft, waar Gij weidt, waar Gij de kudde legert in den middag; want waarom zou ik zijn als een, die zich bedekt bij de kudden Uwer metgezellen?

Hooglied 2:16
Mijn Liefste is mijn, en ik ben Zijn, Die weidt onder de leliën,

Hooglied 6:3
Ik ben mijns Liefsten, en mijn Liefste is mijn, Die onder de leliën weidt.

Ezechiël 34:3
Gij eet het vette, en bekleedt u met de wol, gij slacht het gemeste, maar de schapen weidt gij niet.

Hosea 12:2
Efraïm weidt zich met wind, en jaagt den oostenwind na; den gansen dag vermenigvuldigt hij leugen en verwoesting; en zij maken verbond met Assur, en de olie wordt naar Egypte gevoerd.

Zacharia 11:4
Alzo zegt de HEERE, mijn God: Weidt deze slachtschapen.