woord OT NT apo Bijbel
werken97134129360

Vindplaatsen van werken in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 129 keer voor, in 122 verzen.

3 Ezra 1:23
En de werken van Josia zijn gericht geworden voor de Here, met een hart vol van godvruchtigheid.

3 Ezra 4:11
Daarenboven zit hij neder, eet hij, drinkt hij, slaapt hij, zo hebben zij de wacht ringswijze rondom hem, en niemand durft weggaan, noch zijn eigen werken doen, en zijn hem niet ongehoorzaam.

3 Ezra 4:36
De gehele aarde roept de waarheid aan, en de hemel looft dezelve, en al de werken worden bewogen en beven, en bij haar is geen onrecht.

3 Ezra 4:37
De wijn is onrecht, in de koning is onrecht, in de vrouwen is onrecht, in alle kinderen der mensen is onrecht, en alle zodanige hun werken zijn onrecht; en daar is in hen geen waarheid, en in hun ongerechtigheid zullen zij vergaan.

3 Ezra 4:39
En bij haar is geen aanneming des persoons; zij maakt geen onderscheid, maar zij doet hetgeen recht is, en onthoudt zich van al hetgeen onrecht en boos is, en allen hebben zij een welbehagen in haar werken.

3 Ezra 5:45
En te geven tot de heilige schatkist der werken, duizend talenten gouds, en vijfduizend talenten zilvers, en honderd priesterlijke kledingen.

3 Ezra 5:58
En stelden de Levieten, die boven de twintig jaren waren, over de werken des Heren; en Jozua stond met zijn zonen en broederen, en Kadmiël zijn broeder, en de zonen van Emadabus, en de zonen van Joda, de zoon van Eliadad, met hun zonen en broederen; al deze Levieten zetten het werk eendrachtig voort, bij degenen, die de werken maakten in het huis des Heren.

3 Ezra 6:10
En dat deze werken met vlijt geschieden, en dat het werk gelukkig voortgaat onder hun handen, en hetzelve in grote heerlijkheid, en zorgvuldigheid wordt volbracht.

3 Ezra 6:11
Toen vroegen wij deze oudsten, en zeiden: Wie heeft u bevolen dat huis te bouwen, en de grond van deze werken te leggen?

3 Ezra 7:2
En hielden vlijtig de hand aan de heilige werken: en waren de oudsten der Joden en de opzieners des tempels behulpzaam.

3 Ezra 7:3
En de heilige werken gingen gelukkig voort, als de profeten Haggai en Zacharia profeteerden.

3 Ezra 7:9
En de priesters en de Levieten stonden naar de geslachten, bekleed met lange klederen, over de werken des Heren, de God Israëls, volgens het boek van Mozes: en de deurwachters stonden aan elke poort.

3 Ezra 7:15
Omdat Hij de raad van de koning der Assyriërs tot hen had gewend, om hun handen te sterken in de werken des Heren, de God Israëls.

3 Ezra 8:87
Doch al hetgeen ons overkomt, geschiedt vanwege onze boze werken en onze grote zonden.

4 Ezra 7:24
En hebben zijn wet veracht, en zijn beloften verloochend, en hebben zijn rechten niet geloofd, en hebben zijn werken niet volbracht.

4 Ezra 7:49
Want wat baat het ons, indien ons een onsterfelijke tijd toegezegd is, en wij toch dodelijke werken gedaan hebben?

4 Ezra 8:32
Want zo gij begerig zijt u onzer te ontfermen, dan zult gij barmhartig genoemd worden, over ons namelijk, die geen werken der gerechtigheid hebben.

4 Ezra 8:33
Want de rechtvaardigen, wie vele werken weggelegd zijn, zullen uit hun werken het loon ontvangen.

4 Ezra 8:36
Want daarin zal uw gerechtigheid en uw goedheid verkondigd worden, Here, wanneer gij u zult ontfermen over degenen, die het wezen der goede werken niet hebben.

4 Ezra 9:7
En het zal geschieden dat een iegelijk, die behouden zal worden, en die door zijn werken zal kunnen ontvlieden, en door het geloof waarmee gij geloofd hebt,

4 Ezra 13:23
Die het gevaar gedragen zal hebben in die tijd, die zal zichzelf hier bewaard hebben; die in het gevaar gevallen zijn, deze zijn het die de werken hebben, en het geloof in de Almachtige.

4 Ezra 14:21
Overmits uw wet verbrand is, en daarom weet niemand de dingen die door u gedaan zijn, noch de werken die geschieden zullen.

4 Ezra 14:35
Want het oordeel zal na de dood komen, als wij weder levend zullen worden, en dan zullen de namen der rechtvaardigen bekend, en de werken der bozen openbaar worden.

4 Ezra 15:6
Omdat ongerechtigheid de overhand genomen heeft over de ganse aarde, en haar schadelijke werken zijn vervuld geworden.

4 Ezra 15:48
Gij hebt de gehate stad altijd willen navolgen in al haar werken en vonden, daarom spreekt de Here:

4 Ezra 16:52
Daarom wil hun niet gelijk worden, noch hun werken.

4 Ezra 16:65
Daarom dat God al uw werken ernstig heeft doorgrond, en zal u allen te voorschijn brengen.

Tobias (Tobit) 3:14
Gezegend zijt gij, o Here mijn God, en gezegend zij uw heerlijke naam, die heilig en dierbaar is in der eeuwigheid. Dat u al uw werken prijzen in der eeuwigheid.

Tobias (Tobit) 4:6
Gedenk, kind, alle tijd de Here onze God, en wil niet zondigen noch zijn geboden overtreden, oefen gerechtigheid al de dagen uws levens, en wandel niet in de wegen der ongerechtigheid. Want als gij oprechtelijk zult handelen, zo zal het welgaan in uw werken, en met al degenen die de gerechtigheid doen.

Tobias (Tobit) 4:16
Kind, heb acht op uzelf in al uw werken, en zijt voorzichtig in al uw omgang, en doe niemand hetgeen hij haat. Drink geen wijn tot dronkenschap, en laat geen dronkenschap met u reizen op uw weg.

Tobias (Tobit) 12:7
Toen riep hij hen beiden heimelijk en zeide tot hen: Looft God, en dankt hem, en geeft hem heerlijkheid, en dankt hem voor het aanschijn aller levenden, vanwege de dingen die hij u gedaan heeft. Het is goed dat men God love en zijn naam verheffe, en de redenen der werken Gods eerbiedig aanwijze; daarom vertraagt niet hem te danken.

Tobias (Tobit) 12:8
Want het is goed dat men de verborgenheid eens konings bedekt houdt, maar het is heerlijk dat men de werken Gods openbaart. Doet goed, en het kwaad zal ulieden niet vinden.

Tobias (Tobit) 12:11
Ik zal voor ulieden geen zaak verbergen; ik heb reeds gezegd, dat het goed is de verborgenheden eens konings bedekt te houden, maar dat het heerlijk is de werken Gods te openbaren.

Tobias (Tobit) 12:21
En zij stonden op, en zagen hem niet meer. En zij prezen openlijk de grote en wonderlijke werken Gods, hoe de engel des Heren door hen gezien was.

Tobias (Tobit) 13:10
Jeruzalem, gij heilige stad, hij zal u kastijden over de werken uwer kinderen, en hij zal zich weder ontfermen over de kinderen der rechtvaardigen.

Judith 13:6
O Here, gij God aller kracht, zie te dezer ure aan de werken mijner handen, tot verhoging Jeruzalems, want het is nu de rechte tijd, om uw erve te hulp te komen, en mijn aanslag uit te voeren, tot verwondering der vijanden, die tegen ons opgestaan zijn.

Boek der Wijsheid 1:12
Staat niet naar de dood door dwaling uws levens, en trekt het verderf niet over u door werken uwer handen.

Boek der Wijsheid 2:4
En onze naam wordt mettertijd vergeten, en niemand zal aan onze werken denken, en ons leven gaat voorbij, gelijk de voetstappen van een wolk, en wordt verstrooid gelijk een nevel, die van de stralen der zon nagejaagd en van haar hitte bezwaard wordt.

Boek der Wijsheid 2:12
Laat ons op de rechtvaardige loeren, want hij is ons nadelig, en stelt zich tegen onze werken, en verwijt ons de zonden begaan tegen de wet, en maakt gerucht van ons vanwege de zonden onzer wandeling.

Boek der Wijsheid 3:11
Want hij is ellendig die de wijsheid en tucht veracht, en hun hoop is ijdel, en hun moeiten zijn tevergeefs, en hun werken onnut.

Boek der Wijsheid 6:3
Want de heerschappij is u door de Here gegeven, en de macht door de Allerhoogste; die naar uw werken vlijtig vernemen, en uw raadslagen doorzoeken zal.

Boek der Wijsheid 8:4
Want zij is een leermeesteres der wetenschap Gods, en doet een keuze uit zijn werken.

Boek der Wijsheid 9:9
Bij u is de wijsheid, die uw werken weet, en tegenwoordig was, toen gij de wereld maakte, en verstaat wat aangenaam is in uw ogen, en wat recht is in uw geboden.

Boek der Wijsheid 9:12
En mijn werken zullen aangenaam zijn, en ik zal uw volk rechtvaardig richten, en zal waardig zijn de troon mijns vaders.

Boek der Wijsheid 11:1
ZIJ heeft haar werken voorspoedig gemaakt door de hand van de heilige profeet.

Boek der Wijsheid 12:4
Omdat zij zeer hatelijke werken bedreven, van toverijen en onheilige offeranden,

Boek der Wijsheid 12:19
Maar door zulke werken hebt Gij uw volk geleerd, dat de rechtvaardige tegen de mensen lieftallig moet zijn; en hebt uw kinderen goede hoop gegeven, omdat gij op de zonden bekering geeft.

Boek der Wijsheid 13:1
VOORWAAR alle mensen zijn van nature ijdel, bij welke geen kennis van God is, en hebben uit de zichtbare goederen niet vermocht te kennen degene die is; noch hebben door de opmerking zijner werken de werkmeester erkend.

Boek der Wijsheid 13:7
Want met zijn werken omgaande, onderzoeken zij deze, en worden door het gezicht bewogen, omdat de dingen die gezien worden schoon zijn.

Boek der Wijsheid 13:10
Maar het zijn ellendige mensen en al hun hoop is onder de doden te rekenen, die de werken der mensenhanden goden hebben genoemd; als goud en zilver kunstig gewrocht, en beelden der dieren, of een onnutte steen, zijnde het werk van een oude hand.

Boek der Wijsheid 13:19
En om een gelukkige reis, hetgeen zelf de gang niet gebruiken kan, en om gewin, en om werk, en om hetgeen men met de handen verkrijgt, en om een goede uitkomst bidt hij degene, die met de handen niet werken kan.

Boek der Wijsheid 14:5
Gij wilt niet dat de werken uwer wijsheid ledig zouden zijn, daarom vertrouwen ook de mensen hun zielen aan een zeer gering hout, en varende door de baren, worden door een schip behouden.

Boek der Wijsheid 15:7
Want ook een pottenbakker tredende de weke aarde met moeite, maakt ieder stuk werk tot onze dienst; maar uit hetzelfde leem maakt hij vaten die tot reine werken dienstig zijn, en desgelijks alle, die tot onreine werken dienen; en waartoe elk van die beide zal gebruikt worden, daarover oordeelt de leemwerker.

Boek der Wijsheid 17:17
Want het ware dan een landman of een herder, of een die moeilijker werken doet in de woestijn, zijnde verrast, zo moest hij de onvermijdelijke nood dragen.

Boek der Wijsheid 17:20
Want de gehele wereld lichtte met helder klaar licht, en was bezig met werken die niet verhinderd werden.

Jezus Sirach 1:6
Wie is de wortel der wijsheid ontdekt geweest? en wie heeft haar kloeke werken gekend?

Jezus Sirach 1:9
En heeft haar uitgegoten over al zijn werken; zij is bij alle vlees naar zijn gave, en hij verleent haar degenen die hem lief hebben.

Jezus Sirach 3:8
Eer uw vader en moeder met werken en woorden,

Jezus Sirach 3:19
Mijn kind, voer uw werken uit met zachtmoedigheid, en gij zult door aangename mensen bemind worden.

Jezus Sirach 4:34
Zijt niet stout met uw tong, en lui en slap in uw werken.

Jezus Sirach 5:3
Zeg niet: Wie zal mij onder zijn macht brengen vanwege mijn werken? want de Here zal zeker uw moedwil wreken.

Jezus Sirach 10:6
Vergram u niet op uw naaste over enig onrecht, en doe niets door smadelijke werken.

Jezus Sirach 11:4
Pronk niet met de klederen die gij aandoet, en in de dag der heerlijkheid verhef u niet, want wonderlijk zijn de werken des Heren en zijn werken zijn de mensen verborgen.

Jezus Sirach 11:15
Wijsheid en wetenschap, en kennis der wet is van de Here; liefde en wegen der goede werken zijn van hem.

Jezus Sirach 11:21
Verwonder u niet in de werken des zondaars, maar vertrouw de Here, en blijf in uw arbeid.

Jezus Sirach 11:27
Want het is voor de Here licht, in de dag des doods de mens te vergelden naar zijn werken.

Jezus Sirach 11:28
Een kwaad uur maakt dat men de wellust vergeet, en aan het einde van de mens is de ontdekking zijner werken.

Jezus Sirach 15:19
En zijn ogen zijn op degenen die hem vrezen, en hij zal kennis nemen van alle werken des mensen.

Jezus Sirach 16:13
Gelijk zijn barmhartigheid groot is, zo is ook zijn kastijding; hij zal een ieder oordelen naar zijn werken.

Jezus Sirach 16:15
Maak plaats voor allerlei aalmoezen, want een ieder zal vinden naar zijn werken. De Here heeft Farao verhard, dat hij hem niet kende, opdat zijn werken zouden bekend worden bij het geslacht onder de hemel; zijn barmhartigheid is alle schepselen openbaar, en zijn licht en duisternis heeft hij onderscheiden met een diamantsteen.

Jezus Sirach 16:21
En wie kan zijn wegen bedenken? zij zijn gelijk een storm wind, welke de mens niet zien kan; en het meerderdeel zijner werken is voor ons verborgen.

Jezus Sirach 16:22
Wie zal de werken zijner gerechtigheid verkondigen, of wie zal ze verdragen? Want het verbond is verre, en onderzoeking aller dingen is in het einde.

Jezus Sirach 16:26
Want door des Heren oordeel zijn zijn werken van het begin en van dat zij gemaakt zijn, heeft hij hun delen onder scheiden.

Jezus Sirach 16:27
Hij heeft zijn werken versierd in eeuwigheid, hun beginselen door zijn hand in alle geslachten; zij hebben geen honger gehad, en zijn niet vermoeid geweest in zijn maakselen, en zijn niet be zweken van zijn werken, niet een heeft zijn naaste verdrukt;

Jezus Sirach 17:5
En voor het zesde heeft hij hun het vernuft geschonken, uit delende zijn gaven, en voor het zevende, de spraak, welke is een uitlegging zijner werken.

Jezus Sirach 17:7
Hij heeft zijn ogen op hun harten gelegd; hij heeft hun gegeven in eeuwigheid te mogen roemen in zijn wonderen, opdat zij zijn werken verstandig zouden verhalen;

Jezus Sirach 17:15
Daarom zijn al hun werken voor hem gelijk als de zon, en zijn ogen zien steeds op hun wegen.

Jezus Sirach 18:3
Wie heeft hij macht gegeven zijn werken te verkondigen en wie heeft zijn grote daden uitgespeurd?

Jezus Sirach 27:10
Een leeuw loert op de jacht, zo loert de zonde op degenen, die boosheid werken.

Jezus Sirach 29:23
Een zondaar overtredende de geboden des Heren zal in borgschap vervallen, en die aanneming van zware werken najaagt, zal in het gericht vallen.

Jezus Sirach 31:25
Zijt in al uw werken wakker, en geen krankheid zal u ontmoeten.

Jezus Sirach 32:23
Vertrouw uzelf in alle goede werken, want ook dat is een onderhouding der geboden.

Jezus Sirach 33:15
Gelijk het goede staat tegen het kwade, en het leven tegen de dood, zo staat de godvrezende tegen de zondaar, zo ook de zondaar tegen de godvrezende man; en ingelijks, aanschouw al de werken des Allerhoogsten, zij zijn alle twee, het een tegen het ander.

Jezus Sirach 33:22
Maak, dat gij in al uw werken anderen te boven gaat, en hang geen schandvlek aan uw eer.

Jezus Sirach 33:25
Doe hem werken door tuchtiging, en hij zal rust zoeken; laat hem de handen ledig zijn, en hij zal vrijheid zoeken.

Jezus Sirach 35:21
Totdat hij de mens vergelde naar zijn handelingen, en de werken der mensen naar hun gedachten.

Jezus Sirach 38:8
De apotheker mengt ze ondereen, en zijn werken hebben geen einde, en van hem komt gezondheid op de aardbodem.

Jezus Sirach 38:26
Wat zou hij wijs worden, die de ploeg houdt, en roem draagt in de prikkel, die de ossen drijft, en opgevoed wordt in de werken derzelve, en die van jonge stieren weet te spreken?

Jezus Sirach 38:33
Deze begeeft zijn hart om zijn werken te voleinden, en waakt om ze te versieren, wanneer zij voleindigd zijn.

Jezus Sirach 38:40
Wijze spreuken worden bij hen niet gevonden, maar zij bevestigen het bezit der wereld, en hun wens is dat zij in hun kunst werken mogen.

Jezus Sirach 39:19
Looft de Here over al zijn werken met gezang der lippen, en met citers; en zegt zo in uw dankzegging:

Jezus Sirach 39:20
De werken des Heren zijn alle zeer schoon, en al wat hij gebiedt geschiedt in zijn tijd; men mag niet zeggen: Wat is dit? want al deze dingen zullen op hun tijd onderzocht worden.

Jezus Sirach 39:23
De werken van alle vlees zijn voor zijn aangezicht, en daar kan niets verborgen worden voor zijn ogen.

Jezus Sirach 39:38
Al de werken des Heren zijn goed, en al wat nodig is verleent hij als het tijd is.

Jezus Sirach 42:18
Nu zal ik gedenken de werken des Heren, en hetgeen ik gezien heb zal ik vertellen: in de woorden des Heren ziet men zijn werken.

Jezus Sirach 42:26
Hij heeft de heerlijke werken door zijn wijsheid versierd; hij die is vóór de wereld en in der eeuwigheid.

Jezus Sirach 42:28
Hoe waardig zijn al zijn werken om te begeren! en om aanschouwd te worden tot op een vonkje toe!

Jezus Sirach 43:4
Men blaast een oven aan tot werken der hitte, maar de zon verhit driemaal meer; die de bergen aansteekt, en vurige dampen uitblaast, en met het glinsteren van haar stralen de ogen verduistert.

Jezus Sirach 43:27
Want daar zijn ongelofelijke en wonderlijke werken; verscheidenheid van alle gedierten en onderscheid der walvissen.

Jezus Sirach 43:30
Willen wij hem verheerlijken, waar zullen wij het vermogen? Want hij is groot boven al zijn werken.

Jezus Sirach 43:35
Daar zijn nog vele verborgen dingen meer dan deze; wij hebben van zijn werken weinig gezien.

Jezus Sirach 45:14
Hij heeft hem versierd met een gouden kroon boven op de hoed, een uitgedrukt zegel der heiligheid, een heerlijke roem, machtige werken, verlustigingen der ogen, schone versieringen.

Jezus Sirach 47:23
Doch de Here verliet zijn barmhartigheid niet, en werd gans niet afgewend van zijn werken.

Jezus Sirach 48:15
En in zijn leven deed hij wonderen, en in zijn dood waren zijn werken wonderlijk.

Jezus Sirach 51:10
Toen gedacht ik aan uw barmhartigheid, Here, en aan uw werken van alle tijden.

Baruch 2:9
En de Here is wakker geweest in de straffen, en de Here heeft die over ons gebracht, want de Here is rechtvaardig in al zijn werken, die hij ons heeft geboden.

Baruch 2:33
En zij zullen zich bekeren van hun hardnekkigheid, en van hun boze werken, want zij zullen gedenken aan de weg hunner vaderen, die gezondigd hebben voor de Here.

Baruch 3:18
Want die het zilver bewerken, en daarvoor zorgvuldig zijn, welker geen uitvinding hunner werken is,

Baruch 6:50
Want dewijl zij maar houten, vergulde en verzilverde goden zijn, zo zal het daarna alle volken bekend worden, dat zij leugens zijn; en alle koningen zal duidelijk worden dat zij geen goden zijn, maar werken van mensenhanden, en dat geen werk Gods in hen is.

Esther (apocr.) 13:8
Doch Mordechai bad de Here, gedenkende aan al de werken des Heren, en zeide: Here, Here, gij almogende Koning, want het is alles in uw macht;

Gebed van Azaria (Dan. 3) 1:27
Want gij zijt rechtvaardig in alles, wat gij ons gedaan hebt; en al uw werken zijn waarachtig, en uw wegen zijn recht, en al uw oordelen zijn waarheid.

Gezang in de vuuroven (Dan. 3) 1:57
Alle gij werken des Heren looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.

1 Makkabeeën 3:4
Hij is in zijn werken een leeuw gelijk geworden, en als een jonge leeuw, die ter jacht loopt.

1 Makkabeeën 3:7
Hij heeft vele koningen verbitterd, en hij verheugde Jakob in zijn werken, en zijn gedachtenis is in zegening tot in der eeuwigheid.

1 Makkabeeën 4:51
En zij zetten broden op de tafel, en hingen de voorhangsels op, en volbrachten al deze werken, die zij waren begonnen te maken.

1 Makkabeeën 9:54
En in het honderdendrieënvijftigste jaar, in de tweede maand, gebood Alcimus dat de muur van de binnenste voorhof des heiligdoms zou afgebroken worden, en hij verbrak de werken der profeten, en hij begon het te verbreken.

1 Makkabeeën 9:55
En in dezelfde tijd werd Alcimus met beroering geslagen en zijn werken werden verhinderd, en zijn mond werd toegesloten, en hij werd geheel lam, en hij kon niet een enig woord meer spreken, noch over zijn huis enige bevelen geven.

1 Makkabeeën 10:41
En al dat nog overschiet, dat zij nog niet hebben gegeven van de behoeften, gelijk in de eerste jaren, dat zullen zij van nu aan geven tot de werken des tempels.

1 Makkabeeën 10:44
En tot het opbouwen en vernieuwen van de werken des heiligdoms zullen de kosten gegeven worden uit de rekening van de koning.

2 Makkabeeën 3:36
En hij getuigde aan allen de werken van de grote God, die hijzelf met zijn ogen gezien had.

3 Makkabeeën 2:7
Na welke straffen gij uw grote kracht bekend maaktet, en hem, toen hij Israël najaagde met wagens en menigte der volken, deed zinken in de diepte der zee, maar die op u, die aller schepselen Here zijt, betrouwden, hebt gij behouden daardoor gevoerd; welke de werken uwer handen erkennende, u de Almachtige geprezen hebben.

3 Makkabeeën 3:3
Maar de Joden onderhielden wel tot de koningen een onveranderlijke goedwilligheid en trouw, doch omdat zij God dienden, en in zijn wet wandelden, zo hebben zij enige Joden afgezonderd, en van hun gemeenschap afgekeerd; waarom zij door sommigen voor vijanden gehouden werden; maar omdat zij hun handel en wandel met de goede werken der gerechtigheid versierden, zo waren zij bij alle mensen geprezen.