woord OT NT apo Bijbel
westerhoek210021

Vindplaatsen van westerhoek in het Oude Testament. Het woord komt er 21 keer voor, in 19 verzen.

Exodus 27:12
En in de breedte des voorhofs, aan den westerhoek, zullen behangselen zijn van vijftig ellen; hun pilaren tien, en derzelver voeten tien.

Exodus 38:12
En aan den westerhoek waren behangselen van vijftig ellen, hun pilaren tien en derzelver voeten tien; de haken der pilaren en hun banden waren van zilver.

Ezechiël 45:7
De vorst nu zal zijn deel hebben van deze en van gene zijde des heiligen hefoffers en der bezitting der stad, voor aan het heilig hefoffer, en voor aan de bezitting der stad; van den westerhoek westwaarts, en van den oosterhoek oostwaarts; en de lengte zal zijn tegenover een der delen, van de westergrens tot de oostergrens toe.

Ezechiël 47:20
En den westerhoek, de grote zee, van de landpale af tot daar men recht tegenover Hamath komt; dat zal de westerhoek zijn.

Ezechiël 48:1
Dit nu zijn de namen der stammen. Van het einde noordwaarts, aan de zijde des wegs van Hethlon, waar men komt te Hamath, Hazar-enan, de landpale van Damaskus, noordwaarts aan de zijde van Hamath (ook zal hij den ooster hoek en westerhoek hebben), zal Dan een snoer hebben.

Ezechiël 48:2
En aan de landpale van Dan, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Aser een.

Ezechiël 48:3
En aan de landpale van Aser, van den oosterhoek af tot den westerhoek toe, Nafthali een.

Ezechiël 48:4
En aan de landpale van Nafthali, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Manasse een.

Ezechiël 48:5
En aan de landpale van Manasse, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Efraïm een.

Ezechiël 48:6
En aan de landpale van Efraïm, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Ruben een.

Ezechiël 48:7
En aan de landpale van Ruben, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Juda een.

Ezechiël 48:8
Aan de landpale nu van Juda, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, zal het hefoffer zijn, dat gijlieden zult offeren, vijf en twintig duizend meetrieten in breedte, en de lengte, als van een der andere delen, van den oosterhoek tot den westerhoek toe; en het heiligdom zal in het midden deszelven zijn.

Ezechiël 48:16
En dit zullen haar maten zijn: de noorderhoek, vier duizend en vijfhonderd meetrieten; en de zuiderhoek vier duizend en vijfhonderd en van den oosterhoek vier duizend en vijfhonderd; en de westerhoek vier duizend en vijfhonderd.

Ezechiël 48:23
Aangaande voorts het overige der stammen; van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Benjamin een snoer.

Ezechiël 48:24
En aan de landpale van Benjamin, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Simeon een.

Ezechiël 48:25
En aan de landpale van Simeon, van den oosterhoek tot de westerhoek toe, Issaschar een.

Ezechiël 48:26
En aan de landpale van Issaschar, van den oosterhoek tot aan den westerhoek toe, Zebulon een.

Ezechiël 48:27
En aan de landpale van Zebulon, van den oosterhoek tot den westerhoek toe, Gad een.

Ezechiël 48:34
De westerhoek, vier duizend en vijfhonderd; derzelver poorten drie: een poort van Gad, een poort van Aser, een poort van Nafthali.