woord OT NT apo Bijbel
weten2698627382

Vindplaatsen van weten in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 27 keer voor, in 27 verzen.

3 Ezra 2:21
Maar de Heer koning zulks te laten weten, opdat, zo het u goeddunkt, in de boeken van uw vaderen nagelaten, onderzoek gedaan worde.

3 Ezra 2:24
Zo doen wij nu u Heer koning weten, dat indien deze stad weder gebouwd wordt, en haar muren weder opgericht, gij geen toegang meer zult hebben in Celo-Syrië en Fenicië.

3 Ezra 4:22
Ook hieruit moet gij weten, dat de vrouwen u regeren.

3 Ezra 6:5
En nadat het onderzoek gedaan was over de gevangenissen, zo hadden de oudsten der Joden genade van de Here, en werden niet verhinderd in de bouw, totdat men Darius hiervan zou doen weten, en men antwoord zou bekomen.

4 Ezra 8:58
En hebben in hun hart gezegd, dat er geen God is, daar zij nochtans weten dat zij sterven moeten.

4 Ezra 12:36
Gij dan zijt alleen waardig geacht, om deze verborgenheid des Allerhoogsten te weten.

4 Ezra 13:52
Gelijk gij de dingen niet kondt doorgronden noch weten, die in de diepte der zee zijn, zo zal niemand op de aarde kunnen zien mijn Zoon, of degenen, die bij hem zijn, dan op die dag.

Tobias (Tobit) 5:14
En hij zeide tot hem: Zoekt gij een stam of geslacht, of een die om loon met uw zoon heenreize? En Tobias zeide tot hem: Broeder, ik wilde uw geslacht en naam wel weten.

Tobias (Tobit) 5:17
En wil over mij niet gram worden, omdat ik gezocht heb uw stam en geslacht te weten.

Tobias (Tobit) 10:11
En zijn schoonvader zeide tot hem: Blijf bij mij, en ik zal tot uw vader zenden, en zal hem laten weten, hoe het met u gaat. En Tobias zeide: Neen, maar laat mij toch tot mijn vader trekken; en Raguël stond op, en gaf hem Sara zijn vrouw, en de helft van zijn goederen, slaven, en beesten, en geld.

Judith 9:6
Want ziet, de Assyriërs zijn vermenigvuldigd in hun heerleger, zij zijn hoogmoedig op hun paarden en ruiters, en roemen op de arm van hun voetvolk. Zij hopen op hun schilden en lansen, en bogen, en slingers, en weten niet, dat gij de Here zijt, die de krijgen verplettert; Here is uw naam.

Boek der Wijsheid 2:19
Laat ons hem met smaad en pijniging onderzoeken, opdat wij zijn bescheidenheid mogen weten, en zijn verdraagzaamheid beproeven.

Boek der Wijsheid 7:17
Want hij heeft mij gegeven ware kennis der dingen die zijn, om te weten de gestalte der wereld, en de werkingen der elementen.

Boek der Wijsheid 8:21
En verstaande dat ik haar anders niet machtig zou worden, indien God haar mij niet gaf, (en dat was ook kloekheid, te weten van wie die genade komt) zo ging ik tot de Here, en bad hem, en sprak uit geheel mijn hart.

Boek der Wijsheid 10:12
Zij bewaarde hem van de vijanden, en maakte hem zeker tegen degenen, die hem lagen legden, en in die sterke strijd heeft zij hem de prijs der overwinning gegeven, opdat hij zou weten dat de godzaligheid machtiger is dan alles.

Boek der Wijsheid 13:9
Want hebben zij zoveel vermocht te weten, dat zij hebben kunnen treffen de kennis der wereld, hoe hebben zij niet veel eer de Here dezer dingen gevonden?

Boek der Wijsheid 15:3
Want u kennen is een volkomen gerechtigheid, en uw kracht weten, is een wortel der onsterfelijkheid.

Boek der Wijsheid 18:19
Want de dromen die hen ontroerden, hadden hun dit tevoren bekend gemaakt, opdat zij niet zouden vergaan, zonder te weten waarom zij zo veel kwaad leden.

Jezus Sirach 27:28
Wie kwaad doet, bij die zal dat kwaad herberg nemen, en hij zal niet weten vanwaar het hem komt.

Baruch 3:9
Hoor Israël, de geboden des levens, laat ze ter ore ingaan, opdat gij wijsheid moogt weten.

Baruch 3:14
Leer waar wijsheid is, waar sterkte is, waar vernuft is, op dat gij meteen moogt weten waar een lang leven en een zalig leven is, waar het licht der ogen is, en vrede.

Baruch 6:22
Daaraan zult gij weten dat zij geen goden zijn, zo vreest hen dan niet.

Baruch 6:51
Waaraan zal men dan weten, dat zij geen goden zijn?

2 Makkabeeën 7:2
En een hunner, die voor de anderen sprak, zeide aldus: Wat wilt gij ons vragen, en van ons weten? want wij zijn bereid liever te sterven, dan de wetten onzer vaderen te overtreden.

2 Makkabeeën 9:24
Opdat zo daar iets, buiten verwachting zou mogen gebeuren, of ook enige zwarigheid mocht geboodschapt worden, de inwoners van het land mochten weten, wie de zaken van het rijk gelaten zijn, en zij niet ontroerd worden.

2 Makkabeeën 11:37
Daarom spoedt u, en zendt enigen, opdat wij ook mogen weten hoe gij gezind zijt.

3 Makkabeeën 7:7
Want gij zult weten, is het dat wij tegen hen iets kwaads zullen bedenken of hen enigszins zullen bedroeven, dat wij niet een mens, maar de hoogste God, de heerser aller mogendheid, alle tijd in alles onvermijdelijk tot onze wederpartij zullen hebben, tot wraak van zulk een doen. Vaartwel.