woord OT NT apo Bijbel
wiens1543420208

Vindplaatsen van wiens in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 20 keer voor, in 15 verzen.

3 Ezra 3:5
Laat ons ieder een spreuk zeggen, WIE DE STERKSTE IS; en wiens woord wijzer zal schijnen dat dat des anderen, hem zal de koning Darius grote giften en grote overwinningstekenen geven.

3 Ezra 6:33
Daarom ook, de Here, wiens naam daar aangeroepen wordt, doe teniet een ieder koning en volk, welke zijn hand zal uitsteken, om te verhinderen of te beschadigen dit huis des Heren te Jeruzalem.

4 Ezra 1:37
Ik betuig van de genade van het komende volk, wiens kleine kinderen zich met blijdschap verheugen, welke mij met de lichamelijke ogen wel niet zien, maar in de geest geloven hetgeen ik gezegd heb.

4 Ezra 3:13
En als zij nu ongerechtigheid voor u bedreven, zo hebt gij u een man uit dezen verkoren, wiens naam was Abraham.

4 Ezra 4:1
TOEN antwoordde mij de engel, die tot mij gezonden was, wiens naam is Uriël,

4 Ezra 8:20
Het begin der woorden van Ezra, eer hij werd opgenomen. En ik zeide: Here, die de eeuwigheid bewoont, wiens ogen in de hoogte verheven zijn, en in de lucht nederzien;

4 Ezra 8:21
Wiens troon onmetelijk, en wiens heerlijkheid onbegrijpelijk is; voor wie het heerleger der engelen sidderend staat.

4 Ezra 8:22
Wier opmerking zich keert met wind en vuur; wiens woord waarachtig, en wiens redenen standvastig zijn;

4 Ezra 8:23
Wiens bevel sterk, en wiens ordening verschrikkelijk is; wiens aanschouwen de afgronden uitdroogt; en wiens toom de bergen doet verdwijnen, gelijk de waarheid getuigt.

Judith 10:11
Toen gingen deze in het dal recht heen en de voorwacht der Assyriërs kwam haar tegen, en grepen haar, en vraagden haar: Wiens zijt gij? en vanwaar komt gij? en waar gaat gij heen?

Jezus Sirach 34:26
Als de een bidt en de andere vloekt, wiens stem zal de Here verhoren?

Jezus Sirach 45:1
NAMELIJK Mozes, door God en de mensen bemind, wiens gedachtenis is in zegening.

Jezus Sirach 49:15
Onder de uitverkorenen was ook Nehemia, wiens gedachtenis vele malen wordt verhaald, die ons de vervallen muren heeft opgericht, en de poorten en richelen heeft gesteld, en de vloe ren van onze huizen wederopricht.

Susanna (Dan. 13) 1:1
Daar was een man woonachtig te Babylon, wiens naam was Jojakim.

Bel en de draak (Dan. 14) 1:18
En Daniël lachte, en hield de koning op, dat hij niet binnen gaan zou, en zeide: Zie op de vloer, en merk op wiens deze voetstappen zijn.