woord OT NT apo Bijbel
wilt8501674

Vindplaatsen van wilt in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 16 keer voor, in 15 verzen.

3 Ezra 4:42
Toen zeide de koning tot hem, eis wat gij wilt ja meer dan er geschreven is, en wij zullen het u geven, daar gij wijzer bevonden zijt dan de anderen, en gij zult naast mij zitten, en mijn bloedvriend genoemd worden.

4 Ezra 6:52
De Leviathan nu hebt gij het zevende deel des waters gegeven, en hebt hem bewaard, opdat hij zij tot een verslinding degene, die gij wilt, en wanneer gij wilt.

4 Ezra 8:5
Want gij zijt overeengekomen toe te luisteren, en wilt profeteren, en u is niet meer tijds gegeven, dan alleen dit leven.

4 Ezra 16:64
Die weet uw raadslagen, en wat gij in uw harten bedenkt, wanneer gij zondigt, en uw zonden wilt bedekken.

Boek der Wijsheid 12:18
Maar gij, heersende over de sterkte, oordeelt met bescheidenheid en regeert ons met veel verschoning, want bij u is het vermogen wanneer gij wilt.

Boek der Wijsheid 14:5
Gij wilt niet dat de werken uwer wijsheid ledig zouden zijn, daarom vertrouwen ook de mensen hun zielen aan een zeer gering hout, en varende door de baren, worden door een schip behouden.

Jezus Sirach 6:7
Zo gij een vriend wilt verkrijgen, zo krijg hem in de verzoeking en vertrouw uzelf hem niet te haastig.

Jezus Sirach 15:15
En heeft gezegd: Indien gij wilt, gij zult de geboden houden en het geloof om te doen hetgeen mij behaagt.

Jezus Sirach 15:16
Hij heeft u vuur en water voorgesteld; strek uw hand waar heen gij wilt.

Jezus Sirach 41:6
En wat wilt gij weigerend zijn in hetgeen de Allerhoogste wel behaagt?

Esther (apocr.) 13:9
En daar is niemand die tegen u kan zijn, wanneer gij Israël wilt verlossen;

1 Makkabeeën 3:22
En God zal hen vermorzelen voor onze aangezichten; gij dan wilt hen niet vrezen.

2 Makkabeeën 7:2
En een hunner, die voor de anderen sprak, zeide aldus: Wat wilt gij ons vragen, en van ons weten? want wij zijn bereid liever te sterven, dan de wetten onzer vaderen te overtreden.

2 Makkabeeën 7:16
Gij hebt macht onder de mensen, en hoewel gij vergankelijk zijt, zo doet gij nochtans wat gij wilt, maar denkt niet dat ons geslacht van God verlaten is.

2 Makkabeeën 7:28
Ik bid u, mijn kind, dat gij ziende naar de hemel, en naar de aarde, en aanziende al wat daarin is, wilt erkennen dat God deze dingen uit niet gemaakt heeft, en dat het menselijk geslacht zo geworden is.