woord OT NT apo Bijbel
woestijn2723526333

Vindplaatsen van woestijn in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 26 keer voor, in 25 verzen.

4 Ezra 1:17
Waar zijn de weldaden die ik u bewezen heb? Hebt gij niet in de woestijn, toen u hongerde, tot mij geroepen, zeggende:

4 Ezra 1:18
Waarom hebt gij ons in deze woestijn gebracht, om ons te doden? het ware ons beter geweest de Egyptenaars te dienen, dan in deze woestijn te sterven.

4 Ezra 1:22
Dit zegt de almachtige Here: Toen gij in de woestijn waart, aan de rivier der Amorieën, en dorst hadt, en gij mijn naam lasterdet,

4 Ezra 7:36
En ik zeide: Abraham heeft eerst voor de Sodomieten gebeden, en Mozes voor de vaderen, die in de woestijn gezondigd hebben.

4 Ezra 9:29
O Here, toen gij uzelf ons vertoondet, zijt gij onze vaderen openbaar geworden in de woestijn in een onvruchtbare plaats, die van niemand wordt betreden, wanneer zij uit Egypte togen, en hebt hun ernstig gezegd:

4 Ezra 16:61
Die in de woestijn waterfonteinen heeft gesteld, en op de spitsen der bergen watermeren, om rivieren uit te geven van de hoge rotssteen, om het aardrijk te bevochtigen.

Judith 2:13
En hij vernielde Pud en Lud, en beroofde alle kinderen van Gases, en de kinderen Ismaëls, die daar woonden aan de woestijn tegen het zuiden des lands Chellon, en hij trok over de Eufraat, en trok door Mesopotamië,

Judith 5:13
En heeft hen geleid naar de weg van de berg Sinaï, en Kades-Barneä en zij hebben verdreven allen die de woestijn bewoonden.

Boek der Wijsheid 11:2
Zij doorreisde een onbewoonde woestijn, en in onbegaanbare plaatsen sloegen zij tenten op.

Boek der Wijsheid 17:17
Want het ware dan een landman of een herder, of een die moeilijker werken doet in de woestijn, zijnde verrast, zo moest hij de onvermijdelijke nood dragen.

Boek der Wijsheid 18:20
Ook heeft eenmaal de aanvechting des doods de rechtvaardigen aangeraakt en is in de woestijn een verbreking der menigte geschied, maar die toorn duurde niet lang.

Jezus Sirach 8:19
Verwek geen strijd met een toornige, en ga niet met hem door de woestijn, gelijk als niets is het bloed in zijn ogen, en waar geen hulp is, daar zal hij u ter neder werpen.

Jezus Sirach 13:22
Gelijk de wilde ezels der leeuwen jacht zijn in de woestijn, zo zijn de armen der rijken weide.

Jezus Sirach 43:23
Hij verteert de bergen en verbrandt de woestijn, en blust het groene gras uit, gelijk het vuur.

Jezus Sirach 45:22
Vreemden zijn tegen hem opgestaan, en hebben hem benijd in de woestijn; mannen die het met Dathan en Abiram hielden, en de vergadering van Korach, met grimmigheid en toorn.

Baruch 4:12
Niemand verblijde zich over mij, die een weduwe en van velen verlaten ben; ik ben tot een woestijn geworden, om de zonden mijner kinderen, overmits zij van de wet Gods zijn afge weken;

1 Makkabeeën 1:42
Haar heiligdom is verwoest als een woestijn; haar feestdagen werden verkeerd tot rouw, haar sabbatten tot versmaadheid, en haar eer tot verachting.

1 Makkabeeën 2:29
Toen gingen velen, die de gerechtigheid en het recht zochten, heen naar de woestijn;

1 Makkabeeën 2:31
En de mannen des konings, en de krijgsmachten, die te Jeruzalem in de stad van David waren, werd geboodschapt dat er mannen, die het gebod des konings hadden verbroken, in de holen in de woestijn waren gegaan, en dat velen hun toe liepen.

1 Makkabeeën 3:45
En daar Jeruzalem onbewoond was als een woestijn, en daar niemand van degenen, die daar geboren waren, in ging of uitging, en het heiligdom vertreden werd, en de kinderen der vreemdelingen op de burcht waren, en de heidenen daar hun woonplaats hadden, en alle vermaak weggenomen was uit Jakob, en de fluit en citer ophielden,

1 Makkabeeën 5:24
En Judas de Makkabeeër, en Jonathan, zijn broeder, trokken over de Jordaan, en reisden de weg van drie dagen in de woestijn;

1 Makkabeeën 5:28
Daarom keerde Judas weder met zijn leger de weg naar de woestijn naar Bosorra, met spoed, en nam de stad in, en doodde al wat mannelijk was door de scherpte des zwaards, en hij kreeg al hun roof en verbrandde deze stad met vuur.

1 Makkabeeën 9:33
En Jonathan en zijn broeder Simon, en allen die met hem waren, dat vernemende, vloden in de woestijn Thekoa, en legerden zich bij het water van het meer Asfar.

1 Makkabeeën 9:62
En Jonathan, en Simon, en die met hen waren, vertrokken naar Bethbasi, in de woestijn gelegen, en hij bouwde op hetgeen daar afgebroken was, en maakte de stad sterk.

1 Makkabeeën 13:21
En die in de burcht waren zonden gezanten aan Tryfon, om hem te doen haasten, dat hij tot hen zou willen komen door de woestijn, en hun proviand toezenden.