woord OT NT apo Bijbel
worden16656765202861

Vindplaatsen van worden in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 520 keer voor, in 462 verzen.

3 Ezra 1:57
En zij waren zijn en zijner kinderen dienstknechten, totdat de Perzen regeerden, opdat vervuld zou worden het woord des Heren, gesproken door de mond van Jeremia;

3 Ezra 2:19
Indien dan deze stad opgebouwd wordt, en haar muren voltooid worden, zo zullen zij niet alleen geen schatting willen geven, maar zullen ook de koningen wederstaan.

3 Ezra 3:7
En hij zal de tweede naast Darius zitten vanwege zijn wijsheid, en zal een bloedvriend van Darius genoemd worden.

3 Ezra 3:9
En zeide, wanneer de koning zal opgestaan zijn, zo zullen zij hem het geschrift geven; en van wie de koning en de drie oversten van Perzië zullen oordelen, dat zijn rede de wijste is, die zal de overwinning gegeven worden, gelijk geschreven is.

3 Ezra 4:5
Zij slaan dood, en worden dood geslagen, en het woord des konings zullen zij niet overtreden; en indien zij overwinnen zo brengen zij alles tot de koning: wat zij geroofd hebben en alle andere dingen.

3 Ezra 4:31
En bovendien zag haar de koning met open mond aan, en indien zij hem aanlachte, zo lachte hij ook; en indien zij op hem gram werd, zo liefkoosde hij haar, opdat zij met hem verzoend zou worden.

3 Ezra 4:36
De gehele aarde roept de waarheid aan, en de hemel looft dezelve, en al de werken worden bewogen en beven, en bij haar is geen onrecht.

3 Ezra 4:42
Toen zeide de koning tot hem, eis wat gij wilt ja meer dan er geschreven is, en wij zullen het u geven, daar gij wijzer bevonden zijt dan de anderen, en gij zult naast mij zitten, en mijn bloedvriend genoemd worden.

3 Ezra 6:19
En hem werd bevolen, dat hij al die vaten zou wegnemen, en zetten in de tempel te Jeruzalem, en dat de tempel des Heren zou gebouwd worden op zijn plaats.

3 Ezra 6:21
Nu dan, indien het u goeddunkt heer koning, zo laat onderzocht worden in de koninklijke boekkassen van Cyrus;

3 Ezra 6:26
En de heilige vaten van het huis des Heren, beide gouden en zilveren, die Nabuchodonosor weggevoerd had uit het huis des Heren dat te Jeruzalem was, en naar Babylon gebracht had, die zou men weder brengen in het huis des Heren te Jeruzalem, daar zij gesteld waren geweest, opdat ze daar weder gesteld mochten worden.

3 Ezra 6:31
Opdat drankofferen geofferd worden aan de hoogste God, voor de koning, en zijn kinderen; en dat zij bidden voor hun lang leven.

3 Ezra 6:34
Ik, koning Darius, heb goedgevonden, dat deze dingen vlijtig zullen nagekomen worden.

3 Ezra 8:14
En zij de Here Israëls gaven toebrengen, die ik en mijn vrienden voor Jeruzalem beloofd hebben; en al het goud en zilver, dat zou mogen bevonden worden in het land van Babylonië, dat men dat weder brenge de Here te Jeruzalem:

3 Ezra 8:27
En al die de wet uws Gods en des konings overtreden, zullen streng worden gestraft, hetzij met de dood, hetzij met andere lijfstraffen, of met geldboete, of met wegvoering.

3 Ezra 9:4
En dat hun, die binnen twee of drie dagen niet zouden komen, naar het oordeel der overste ouderlingen, hun vee zou verbannen worden, en zij zelf zouden afgescheiden worden van de menigte der gevangenis.

4 Ezra 2:6
Dat gij hen te schande brengt, en hun moeder ten roof, opdat zij niet meer voortgeteeld worden.

4 Ezra 2:7
Laat hun namen verstrooid worden onder de heidenen: Laat hen van de aarde verdelgd worden; want zij hebben mijn eed veracht.

4 Ezra 2:12
De boom des levens zal hun zijn tot een welriekende zalf; zij zullen noch arbeiden, noch moede worden.

4 Ezra 2:45
Welke mij antwoordde en zeide: Deze zijn het, die de sterfelijke rok hebben afgelegd, en de onsterfelijke hebben aangedaan, en hebben de naam Gods beleden; nu worden zij gekroond, en ontvangen palmtakken.

4 Ezra 3:34
Nu dan, weeg onze ongerechtigheden in een schaal, en dergenen daartegen die in de wereld wonen, zo zal uw naam niet gevonden worden dan in Israël.

4 Ezra 4:39
Dat nu misschien om onzentwil de oogst der rechtvaardigen niet nalate vervuld te worden, om der zonden wil dergenen die op aarde wonen.

4 Ezra 4:42
Want gelijk een die baart zich haast, om van de nood der geboorte ontslagen te worden, zo haast deze ook, om uit te geven hetgeen haar bevolen is.

4 Ezra 5:1
VAN de tekenen nu. Ziet de dagen zullen komen, dat die op aarde wonen, zullen gegrepen worden, in grote rijkdom, en de weg der waarheid zal verborgen zijn, en het land zal zonder trouw zijn.

4 Ezra 5:2
En de ongerechtigheid zal vermenigvuldigd worden boven deze, die gijzelf ziet, en boven die gij eertijds gehoord hebt.

4 Ezra 5:5
Het bloed zal van het hout druipen, en de steen zal zijn stem geven, en de volken zullen bewogen worden.

4 Ezra 5:9
En in de zoete wateren zullen zoute gevonden worden, en alle vrienden zullen elkander met krijg overvallen, dan zal de kennis verborgen zijn, en het verstand zal zich verbergen in zijn binnenkameren.

4 Ezra 5:10
En zal van velen gezocht en niet gevonden worden, en de ongerechtigheid en onmatigheid zal vermenigvuldigd worden op aarde.

4 Ezra 5:12
Te dier tijd zullen de mensen hopen en niet verkrijgen; zij zullen arbeiden maar hun wegen zullen niet gericht worden.

4 Ezra 5:30
En of gij schoon uw volk haattet, zo moest het door uw handen getuchtigd worden.

4 Ezra 5:44
En hij antwoordde en zeide: Het schepsel kan de Schepper niet voorkomen, noch de wereld op eenmaal dragen, die daarin geschapen zullen worden.

4 Ezra 5:53
En zij zal u ook zelf zeggen: Anderen zijn die, welke in de sterke jeugd geboren zijn; en anderen, die omtrent de tijd des ouderdoms geboren worden, als de baarmoeder afneemt.

4 Ezra 5:55
En die na ulieden komen, zullen van minder grootte zijn dan gij, als schepselen die nu beginnen oud te worden, en bij wie de sterkte der jeugd nu voorbij is.

4 Ezra 6:14
En daar zal zijn een beweging, en nochtans zal de plaats waar gij op staat niet bewogen worden.

4 Ezra 6:16
Daar men dan van die dingen spreekt, zo beeft zij en wordt bewogen, want zij weet dat haar einde moet veranderd worden.

4 Ezra 6:20
En als de wereld, die begint te vergaan zal toegezegeld worden, zo zal ik deze tekenen doen; De boeken zullen opengedaan worden voor het aangezicht des hemels, en alle tezamen zullen zij ze zien;

4 Ezra 6:21
En kinderen van één jaar zullen met hun stemmen spreken, en de zwangere vrouwen zullen ontijdig kinderen baren van drie en vier maanden, en deze zullen leven en opgewekt worden,

4 Ezra 6:22
En de bezaaide plaatsen zullen haastig als onbezaaide gezien worden, en de volle kelders zullen haastig ledig gevonden worden,

4 Ezra 6:23
En de bazuin zal met een geluid slaan, welke als allen het zullen gehoord hebben, zo zullen zij verschrikt worden.

4 Ezra 6:25
En een ieder, die van deze allen zal overblijven, waarvan ik u gezegd heb, die zal behouden worden, en zal mijn zaligheid zien, en het einde van uw wereld.

4 Ezra 6:26
En de mensen, die aangenomen zijn, die de dood van hun geboorte aan niet gesmaakt hebben, zullen het zien; en het hart der inwoners zal veranderd, en in een andere zin gekeerd worden.

4 Ezra 6:27
Want het kwaad zal uitgeroeid en het bedrog zal uitgeblust worden.

4 Ezra 6:28
Doch het geloof zal bloeien en de verdorvenheid zal overwonnen worden, en de waarheid zal te voorschijn komen, die zovele dagen zonder vrucht geweest is.

4 Ezra 6:34
En overhaast u niet, om de voorgaande tijden ijdele dingen te bedenken, en haast u niet om van de laatste tijden achterhaald te worden.

4 Ezra 6:40
Toen hebt gij gezegd, dat uit uw schatten het klare licht zou voortgebracht worden, opdat uw werk zichtbaar zou worden.

4 Ezra 6:42
De derde dag nu hebt gij de wateren bevolen, dat zij zouden verzameld worden op het zevende deel der aarde, doch zes delen hebt gij droog gemaakt en behouden, opdat er zouden zijn die daaruit voor u zouden dienen, als zij door God bezaaid en gebouwd zouden zijn.

4 Ezra 6:45
Op de vierde dag nu gebood gij, dat worden zou het schijnsel der zon, het licht der maan, en de ordening der sterren,

4 Ezra 6:46
En gij geboodt hun dat zij de mens dienen zouden, die nog geschapen zou worden.

4 Ezra 7:21
Want God heeft ernstig geboden degenen die komen zouden, als zij kwamen, wat zij zouden doen om te leven, en wat zij zouden onderhouden om niet gestraft te worden.

4 Ezra 7:26
Ziet, de tijd zal komen, en het zal geschieden, dat de tekenen, die ik u voorzegd heb, zullen komen: de bruid zal verschijnen, en zij zal openbaar vertoond worden, die nu met aarde overtogen is.

4 Ezra 7:28
Want mijn Zoon Jezus zal geopenbaard worden met degenen die bij hem zijn, en die overgebleven zijn, zullen zich vervrolijken in vierhonderd jaren.

4 Ezra 7:30
En de wereld zal wederkeren tot het oude stilzwijgen, zeven dagen lang, gelijk in de voorgaande oordelen, zodat niemand zal overgelaten worden.

4 Ezra 7:31
En het zal na zeven dagen geschieden, dat de wereld die nog niet ontwaakt is, zal opgewekt worden, en dat verdorven is, zal sterven.

4 Ezra 7:33
En de Allerhoogste zal geopenbaard worden op de rechterstoel, en de ellende zal voorbijgaan, en de lankmoedigen zullen verzameld worden.

4 Ezra 7:34
Het recht nu zal allen overblijven; de waarheid zal bestaan, en het geloof zal sterk worden.

4 Ezra 7:35
En het werk zal hen navolgen, en het loon zal vertoond worden; de gerechtigheid, zal opwaken en de ongerechtigheid zal niet heersen.

4 Ezra 7:38
David voor die grote slachting, en Salomo voor degenen, die kwamen om geheiligd te worden.

4 Ezra 7:67
Want zo hij zijn menigvuldige barmhartigheid niet bewees, zo zou de wereld niet levend worden gemaakt, met degenen, die daarin erfenis zullen hebben.

4 Ezra 7:68
En hij vergeeft; want indien hij niet vergaf naar zijn goedheid, opdat degenen, die ongerechtigheid gedaan hebben, van hun ongerechtigheden werden verlicht, zo zou het tienduizendste deel der mensen niet levend gemaakt worden.

4 Ezra 7:70
Zo zouden mogelijk van een ontelbare menigte niet dan zeer weinigen overgelaten worden.

4 Ezra 8:2
Doch, Ezra! ik zal u een gelijkenis zeggen: Het is even alsof gij het aardrijk vroegt, en het u zou zeggen, dat het zeer veel aarde geeft, waaruit een aarden vat gemaakt kan worden, maar weinig stofs waaruit het goud gemaakt wordt; zo is het ook met de stand der tegenwoordige wereld.

4 Ezra 8:3
Daar zijn wel velen geschapen, maar weinigen worden behouden.

4 Ezra 8:9
Hetzelve nu dat bewaart, en dat bewaard wordt, zal beide met elkander bewaard worden, en bewaard zijnde, zo geeft de baarmoeder te harer tijd weder hetgeen in haar gewassen is.

4 Ezra 8:32
Want zo gij begerig zijt u onzer te ontfermen, dan zult gij barmhartig genoemd worden, over ons namelijk, die geen werken der gerechtigheid hebben.

4 Ezra 8:36
Want daarin zal uw gerechtigheid en uw goedheid verkondigd worden, Here, wanneer gij u zult ontfermen over degenen, die het wezen der goede werken niet hebben.

4 Ezra 8:41
Want gelijk de landman op de aarde veel zaad zaait, en vele planten plant, maar alle die in de tijd gezaaid zijn niet worden behouden, noch alle, die geplant zijn wortelen krijgen, zo ook alle, die in de wereld gezaaid zijn, worden niet behouden.

4 Ezra 8:49
Omdat gij u vernederd hebt, gelijk het u betaamt, en hebt u zelf niet waardig geoordeeld, dat gij onder de rechtvaardigen zeer zoudt verheerlijkt worden.

4 Ezra 8:59
Want gelijk ulieden zal wedervaren hetgeen tevoren gezegd is, zo zal hun dorst en smart wedervaren, welke hun toebereid zijn. Want hij heeft niet gewild, dat de mens teniet zou worden.

4 Ezra 9:3
En wanneer in de wereld aardbevingen zullen gezien worden, en beroerten der volken,

4 Ezra 9:7
En het zal geschieden dat een iegelijk, die behouden zal worden, en die door zijn werken zal kunnen ontvlieden, en door het geloof waarmee gij geloofd hebt,

4 Ezra 9:8
Dat hij (zeg ik) zal bevrijd worden van de voorzegde gevaren, en hij zal mijn zaligheid zien in mijn land, en in mijn palen; want ik heb mij die geheiligd van de eeuwen aan.

4 Ezra 9:9
Dan zullen niet ontfermd worden, die mijn wegen misbruikt hebben, en die zullen in pijn wonen, die ze verworpen en veracht hebben.

4 Ezra 9:13
Zo dan, wees gij niet meer zorgvuldig hoe de goddelozen zullen gepijnigd worden; maar onderzoek hoe de rechtvaardigen, voor wie en om welke die wereld zal zijn, zullen zalig worden en wanneer.

4 Ezra 9:15
Dat er meer in getal zijn die verloren gaan, dan die behouden worden, gelijk de watergolf meerder is dan de droppel.

4 Ezra 9:19
Want een ieder was toen gehoorzaam, maar nu zijn de zeden dergenen, die geschapen zijn in deze wereld, nadat zij gemaakt was, verdorven geworden door een oogst, die niet ophoudt, en door een wet die niet kan doorgrond worden.

4 Ezra 9:22
Dat dan de menigte verloren ga, die zonder oorzaak voortgekomen is; en dat mijn wijnbezie en mijn planting behouden worden, want ik heb ze met veel arbeid volmaakt.

4 Ezra 9:31
Want ziet ik zaai mijn wet in u, en zij zal in u vrucht voortbrengen, en gij zult daarin verheerlijkt worden in eeuwigheid.

4 Ezra 10:16
Want zo gij de bepalingen Gods rechtvaardigt, en zijn raad intijds aanneemt, zo zult gij ook in zodanige zaken geprezen worden.

4 Ezra 10:36
Of worden mijn zinnen bedrogen, en droomt mijn ziel?

4 Ezra 10:49
En zie, gij hebt haar gedaante gezien, en wijl zij om haar zoon treurde, zijt gij begonnen haar te troosten, en van deze dingen die gebeurd zijn, moest u dit geopenbaard worden.

4 Ezra 10:54
Want in die plaats kon ook geen werk van het gebouw eens mensen verdragen worden, waar de stad des Allerhoogsten zou begonnen vertoond te worden.

4 Ezra 11:9
De hoofden nu zullen tot het laatste behouden worden.

4 Ezra 12:18
Dit is de verklaring, namelijk dat na de tijd van dit rijk geen kleine twisten zullen ontstaan en het zal in gevaar staan van te vallen, doch het zal dan niet vallen, maar zal weder in zijn eerste stand worden gesteld.

4 Ezra 12:21
Doch wanneer het midden des tijds zal naderen, zo zullen de vier behouden worden in die tijd, als zijn einde zal beginnen te naderen, maar de twee zullen tot het einde toe behouden worden.

4 Ezra 13:13
En daar kwamen vele mensen tot hem, sommigen met een vrolijk aangezicht, sommigen droevig; doch sommigen gebonden, en sommigen leidende hen uit die zouden geofferd worden, en ik werd ziek van grote verschrikking, en ontwaakte en zeide:

4 Ezra 13:32
En als deze dingen geschieden, en de tekenen gebeuren, die ik u tevoren getoond heb, dan zal mijn Zoon geopenbaard worden die gij als een man hebt zien opkomen.

4 Ezra 13:36
Sion nu zal komen, en het zal bereid en opgebouwd aan allen vertoond worden, gelijk gij gezien hebt, dat de berg zonder handen werd uitgehouwen.

4 Ezra 13:37
Doch deze mijn Zoon zal de dingen bestraffen, die de volken uitgevonden hebben, namelijk deze hun goddeloosheden, welke het onweder nabij komen vanwege hun kwade gedachten, en pijnigingen, waarmee zij zullen beginnen gepijnigd te worden,

4 Ezra 13:38
Die met de vlam worden vergeleken; en hij zal hen verderven zonder arbeid, door de wet, die met vuur wordt vergeleken.

4 Ezra 13:48
Doch die overgelaten zijn van uw volk, zijn deze, die binnen mijn landpalen gevonden worden.

4 Ezra 14:9
Want gij zult weggenomen worden van onder allen, en zult voortaan verkeren met mijn raad, en met uws gelijken totdat de tijden geëindigd zijn.

4 Ezra 14:10
Want de wereld heeft haar jeugd verloren, en de tijden genaken om oud te worden.

4 Ezra 14:16
Want zoveel als de wereld zal verzwakt worden door ouderdom, zoveel zal ook het kwaad vermenigvuldigd worden, over degenen die haar bewonen.

4 Ezra 14:19
Want ziet, ik zal heengaan gelijk gij mij bevolen hebt, en ik zal het tegenwoordige volk bestraffen. Doch wie zal die vermanen, die hierna zullen geboren worden?

4 Ezra 14:25
En kom hier, zo zal ik in uw hart ontsteken een licht des verstands, dat niet zal uitgeblust worden, totdat de dingen voleindigd zijn, die gij zult beginnen te schrijven.

4 Ezra 14:34
Indien gij dan uw gemoederen gehoorzaam aanstelt en uw verstand onderrichten laat, zo zult gij levend behouden worden, en na de dood zult gij barmhartigheid verkrijgen.

4 Ezra 14:35
Want het oordeel zal na de dood komen, als wij weder levend zullen worden, en dan zullen de namen der rechtvaardigen bekend, en de werken der bozen openbaar worden.

4 Ezra 15:2
En maak dat zij op papier geschreven worden, want zij zijn trouw en waarachtig.

4 Ezra 15:12
Egypte zal treuren, en zijn fundamenten zullen met plagen geslagen worden, en met straffen, die God over hetzelve brengen zal.

4 Ezra 15:13
De akkerlieden, die het land bouwen, zullen treuren; want hun zaad zal van brand, en hagel, en van een vreselijk gesternte verdorven worden.

4 Ezra 15:18
Want vanwege hun hovaardij zullen de steden beroerd worden, de huizen zullen verstoord worden, en de mensen zullen vrezen.

4 Ezra 15:29
Daar zullen natiën van draken uit Arabië komen met vele wagenen, en gelijk als een wind zal hun menigte gedreven worden over de aarde, zodat zij allen zullen vrezen en beven, die hen horen;

4 Ezra 15:32
Deze nu zullen ontsteld worden, en zullen stilstaan voor hun kracht, en zullen zich op de vlucht begeven.

4 Ezra 15:49
Ik zal ongeval over u brengen, weduwschap, armoede, en honger, en zwaard, en pest, opdat uw huizen verwoest worden door het geweld, en de dood,

4 Ezra 15:50
En de heerlijkheid uwer kracht zal als een bloem verdorren, wanneer de hitte zal opgaan, die over u zal gebracht worden.

4 Ezra 15:51
Gij zult verzwakt worden als een arme deerne, die geslagen en getuchtigd is door de vrouwen, zodat de machtigen, en de boelen, u niet zullen kunnen opnemen.

4 Ezra 15:57
En uw kinderen zullen van honger vergaan, en gij zult door het zwaard vallen, en uw steden zullen verdelgd worden, en al de uwen zullen in het veld door het zwaard vallen.

4 Ezra 16:11
De Here zal dreigen, en wie zal niet gans vermorzeld worden van zijn aanschijn?

4 Ezra 16:12
Het aardrijk beeft met zijn fundamenten; de zee bruist van de diepte op, en haar baren zullen ontsteld worden met haar vissen, van het aanschijn des Heren, en van de heerlijkheid zijner kracht.

4 Ezra 16:13
Want zijn rechterhand, die de boog spant is sterk; zijn pijlen zijn scherp die door hem geschoten worden. Zij zullen niet ontbreken, wanneer ze zullen geschoten worden tegen de einden der aarde.

4 Ezra 16:15
Het vuur wordt aangestoken, en het zal niet geblust worden totdat het de fundamenten der aarde zal verteerd hebben.

4 Ezra 16:18
Het begin der smarten, en veel zuchtens; het begin des hongers, en veel stervens; het begin der krijgen, en de machtigen zullen bevreesd worden; het begin des ongevals, en zij zullen allen beven.

4 Ezra 16:24
En de doden zullen als drek weggeworpen worden, en daar zal niemand zijn die hen vertroosten zal. Want het land zal woest gelaten, en de steden zullen ternedergeworpen worden.

4 Ezra 16:27
De druif zal rijp worden, en wie zal ze treden? want in alle plaatsen zal grote eenzaamheid zijn.

4 Ezra 16:31
Of gelijk aan een wijngaard, die afgeplukt is, sommige druiven alleen worden overgelaten, bij degenen, die de wijngaard naarstig doorzoeken.

4 Ezra 16:32
Zo zullen er in die dagen drie of vier overgelaten worden, bij degenen, die hun huizen met het zwaard doorzoeken.

4 Ezra 16:52
Daarom wil hun niet gelijk worden, noch hun werken.

4 Ezra 16:53
Want nog een weinig tijds is het, en de ongerechtigheid zal van de aarde weggenomen worden en de gerechtigheid zal over u heersen.

4 Ezra 16:66
En gij zult schaamrood worden, als uw zonden voor de mensen zullen voortkomen, en uw ongerechtigheden uw beschuldigers zullen zijn, in die dag.

4 Ezra 16:74
Dan zal de beproeving mijner uitverkorenen openbaar worden, gelijk goud dat door vuur beproefd wordt.

4 Ezra 16:78
Wee degenen, die van hun zonden omvangen, en van hun misdaden bedekt zijn; zij zijn gelijk een veld, dat omvangen wordt van een bos, en welks paden met doornen zijn bedekt, daar geen mens doorgaat, en afgesloten wordt, en gelaten om door het vuur verbrand te worden.

Tobias (Tobit) 1:22
En een van die van Nineve ging heen, en gaf de koning van mij te kennen, dat ik deze begroef, en ik verbergde mij, en verstaande dat ik gezocht werd, om gedood te worden, zo ben ik uit vrees vertrokken.

Tobias (Tobit) 2:7
Uw feestdagen zullen in leeddragen veranderd worden, en al uw vreugde in treurgeschrei. En ik weende.

Tobias (Tobit) 2:9
En de buren belachten mij, zeggende: Nog vreest deze niet gedood te worden, om dier zake wil; hij is voortvluchtig geweest, en ziet, wederom begraaft hij de dode.

Tobias (Tobit) 3:6
En nu zeg ik, doe met mij naar hetgeen behagelijk is voor u; beveel dat men mijn geest van mij neme, opdat ik ontbonden mag zijn en tot aarde worden. Want het is mij nuttiger te sterven dan te leven, dewijl ik valse smaadwoorden gehoord heb, en veel droefheid in mij is; beveel dat ik nu verlost worde van deze nood, en opgenomen worde in de eeuwige plaatsen, en keer uw aangezicht van mij niet af.

Tobias (Tobit) 4:15
En laat het loon van geen mens, die voor u gearbeid heeft, bij u vernachten, maar geef hem dat terstond, en zo gij God gediend hebt, het zal u weergegeven worden.

Tobias (Tobit) 4:20
Loof de Here te allen tijde, en begeer van hem dat uw wegen recht zijn mogen, en dat al uw paden en uw raadslagen goede voortgang mogen hebben. Want geen volk heeft raad bij zich; maar de Here zelf geeft al het goed, en zo wie hij wil vernedert hij, gelijk het hem belieft. En nu kind, gedenk mijn geboden, en laat die uit uw hart niet uitgewist worden.

Tobias (Tobit) 5:17
En wil over mij niet gram worden, omdat ik gezocht heb uw stam en geslacht te weten.

Tobias (Tobit) 6:9
En hij zeide tot hem: Wat het hart en de lever betreft, indien iemand gekweld wordt van de duivel of boze geest, moet gij roken die voor die man of die vrouw, en hij zal niet meer gekweld worden.

Tobias (Tobit) 6:10
En bestrijk met de gal een mens, die witte schellen heeft op zijn ogen, en hij zal genezen worden.

Tobias (Tobit) 6:19
Want deze zelfde nacht zal zij u tot een vrouw gegeven worden, en als gij ingaat in de bruidskamer, zo zult gij as nemen van het reukoffer, en zult daarop leggen van het hart en van de lever van de vis, en zult roken.

Tobias (Tobit) 7:9
En zij ontvingen hen vriendelijk, en slachtten een ram van de schapen, en zetten hun veel spijs voor. Maar Tobias zeide tot Rafaël: Broeder Azarias, spreek nul van hetgeen waarvan gij gezegd hebt op de weg, en laat de zaak volbracht worden; en hij stelde Raguël die rede voor.

Tobias (Tobit) 8:8
Beveel dan dat men mijner ontferme, en dat ik met haar samen oud mag worden. En zij zeide met hem Amen. En zij sliepen beiden de nacht over.

Tobias (Tobit) 9:5
En indien ik lang vertoef, zo zal hij zeer bedroefd worden.

Tobias (Tobit) 12:1
EN Tobias riep zijn zoon Tobias en zeide tot hem: Ziet, zoon, dat gij de man, die met u gekomen is, het loon geeft, en bovendien moet hem nog iets toegelegd worden.

Tobias (Tobit) 12:9
Het gebed met vasten, en aalmoezen, en gerechtigheid is een goede zaak. Weinig is beter met gerechtigheid, dan veel met ongerechtigheid. Het is beter aalmoezen te doen, dan goud tot een schat vergaderen. Want aalmoes verlost van de dood en zij zuivert alle zonde af. Die aalmoezen en gerechtigheid doen, zullen met het leven verzadigd worden.

Tobias (Tobit) 13:11
Dankt de Here, want hij is goed, en looft de Koning der eeuwigheid, opdat zijn tabernakel weder met vreugde in u mag gebouwd worden;

Tobias (Tobit) 13:15
Verblijd u, en vervrolijk u over de kinderen der rechtvaardigen, want zij zullen bijeenvergaderd worden, en zij zullen de Here der rechtvaardigen loven.

Tobias (Tobit) 13:18
Want Jeruzalem zal met safyr, en smaragd, en met kostelijke stenen gebouwd worden;

Tobias (Tobit) 13:20
En de straten van Jeruzalem zullen met berylsteen en karbonkel, en stenen uit Ofir bestraat worden, en al haar wijken zullen zeggen: Halleluja! en zullen prijs zingen, zeggende:

Tobias (Tobit) 14:6
En hij werd zeer oud, en hij riep zijn zoon, en zijn zes kleinzonen, en zeide tot hem: Kind, neem uw zonen met u, ziet, ik ben oud geworden, en ben nabij om uit dit leven te scheiden, vertrek naar Medië, mijn kind; want ik houd voor gewis, dat alles wat Jona de profeet heeft gesproken over Nineve geschieden zal, en dat het verwoest zal worden, (doch in Medië zal meer vrede zijn voor een tijd) en dat onze broeders over de aardbodem zullen verstrooid worden, uit het goede land; en Jeruzalem zal woest wezen, en het huis Gods daarin zal verbrand worden, en zal woest zijn voor een tijd.

Tobias (Tobit) 14:7
En God zal zich hunner weder ontfermen, en zal hen doen wederkeren in het land; en zij zullen het huis bouwen, maar niet zodanig als het eerste was, totdat de tijden der wereld zullen vervuld zijn. En daarna zullen zij wederkeren uit hun gevangenis, en zullen Jeruzalem kostelijk opbouwen; en het huis Gods zal daarin gebouwd worden, en het zal een heerlijk gebouw zijn voor alle geslachten der wereld, gelijk de profeten daarvan gesproken hebben;

Tobias (Tobit) 14:8
En alle heidenen zullen waarachtig bekeerd worden, om God de Here te vrezen, en zullen hun afgoden begraven. En alle heidenen zullen de Here loven; en zijn volk zal de Here belijden, en God zal zijn volk verhogen; en allen die God de Here liefhebben, zullen zich verblijden in waarheid en gerechtigheid, doende barmhartigheid aan onze broederen.

Judith 2:5
Dit zegt de grote koning, de heer der ganse aarde: ziet gij zult van voor mijn aangezicht uitgaan, en gij zult met u nemen mannen die op hun sterkte betrouwen, tot honderd en twintig duizend voetknechten, en een menigte paarden met hun ruiters, tot twaalfduizend; en gij zult uittrekken tegen het gehele land naar het westen, omdat zij het woord mijns monds ongehoorzaam zijn geweest; en zult hen ontbieden, dat zij mij aarde en water zullen toebereiden, daar ik tegen hen zal uittrekken in mijn toorn, en ik zal het ganse aangezicht der aarde bedekken met de voeten van mijn heerleger, en ik zal hen die overgeven tot een roof; en hun gekwetsten zullen hun valleien en waterbeken vullen, en de overvloeiende rivier zal met hun doden vervuld worden, en ik zal hun gevangenen voeren tot de uiterste einden der ganse aarde. Doch gij, uittrekkende zult tevoren al hun landpalen innemen, en zij zullen zich aan u overgeven, en gij zult mij die bewaren tot de dag van hun bestraffing.

Judith 6:4
En hun bergen zullen dronken worden in hun bloed, en hun vlakke velden zullen vervuld worden met hun doden, en niet een voetstap hunner voeten zal bestaan voor ons aanschijn, maar zij zullen ganselijk omkomen. Zo zegt Nabuchodonosor, de heer des gehelen aardrijks, want hij heeft het gezegd, en de woorden zijner rede zullen niet ijdel zijn.

Judith 6:6
En mijn knechten zullen u brengen op het gebergte, en zullen u stellen in een der steden van hun opgangen, en gij zult niet sterven totdat gij met hen verdelgd wordt. Indien gij nu met uw hart vertrouwt dat zij niet zullen gevangen worden, zo laat uw aangezicht niet vervallen, ik het het gesproken, en geen mijner woorden zal ontvallen.

Judith 7:10
En nu, heer, beoorloog hen niet gelijk in een bestorming geschiedt, en niet één man zal uit uw volk vallen; blijf maar in uw leger, en behoud al de mannen van het heer, en laat maar uw dienstknechten de waterfontein bemachtigen, die uit de voet van deze berg voortkomt, want allen, die in Bethulië wonen, halen hun water daaruit, en alzo zal hen de dorst wegnemen en zij zullen hun stad moeten overgeven; en wij en ons volk zullen op de naaste spitsen der bergen klimmen, en zullen ons daarom legeren en wacht houden, dat er niet één man uit de stad zal gaan; en zij zullen versmelten door honger, zij en hun vrouwen en hun kinderen, en eer het zwaard over hen komt, zullen zij nedergeveld worden op de straten hunner woning. En gij zult hun zware vergelding doen, omdat zij tegen u opgestaan zijn, en dat zij u niet in vrede zijn tegemoet gekomen.

Judith 7:14
En nu is er geen helper voor ons, maar God heeft ons in hun handen gegeven, dat wij voor hun ogen moeten neergeveld worden door dorst en groot verderf.

Judith 7:16
Want het is ons beter, dat wij hun ten roof worden, zo zullen wij hun tot knechten zijn, en onze ziel zal leven, en wij zullen onze jonge kinderen met onze ogen niet zien sterven, en de zielen van onze vrouwen en kinderen versmachten.

Judith 8:15
Doch stelt gij de raadslagen van de Here, onze God, niet ten pand, want God is niet als een mens, dat hij zou bedreigd worden, noch als een zoon des mensen, dat hij zou geoordeeld worden.

Judith 8:20
Want als wij ingenomen zijn, zal Judea niet meer zo genoemd worden, en onze heilige plaatsen zullen beroofd worden, en de Here, onze God, zal de ontheiliging derzelve van onze mond eisen, en hij zal de dood onzer broederen, en de gevangenis des lands, en de verwoesting onzer erve op ons hoofd wenden onder de heidenen, waar wij ook zullen dienstbaar zijn. En wij zullen tot een aanstoot en tot een spot zijn voor degenen, die ons bezitten. Want onze dienstbaarheid zal niet gericht worden tot genade, maar de Here, onze God, zal ze tot oneer zetten.

Judith 8:26
En nu, bid gij voor ons, want gij zijt een godvrezende vrouw, en de Here zal de regen zenden, opdat onze waterbakken vol worden, en wij niet meer gebrek lijden.

Judith 9:2
Here, gij God mijns vaders Simeon, die het zwaard in zijn hand gegeven hebt tot wraak over de vreemden, die de schoot der maagd geopend hadden tot onreinheid, en de dij ontbloot hadden tot schaamte, en de schoot bevlekt hadden tot schande, (want gij hadt gezegd, het zal zo niet zijn) en die dat gedaan hadden, waarom gij hun oversten hebt gegeven om gedood te worden, en hun leger, hetwelk hun bedrog gekend had, tot bloed, en hebt de knechten geslagen met de geweldigen, en de geweldigen op hun tronen.

Judith 10:12
En zij zeide: Ik ben een Hebreeuwse vrouw, en vlucht van hen weg want zij zullen aan u overgegeven worden, om vernield te worden.

Judith 11:12
En zij hebben enigen naar Jeruzalem gezonden (omdat ook die daar wonen hetzelfde hebben gedaan), die hun zouden overbrengen de toelating van de raad; en het zal geschieden, als hun dit zal geboodschapt zijn, en zij zullen hebben gedaan, dat zij u zullen overgegeven worden, om vernield te worden op die dag.

Judith 11:20
En Holofernes zeide tot haar: God heeft welgedaan, dat Hij u voor dit volk heeft afgezonden, opdat in onze handen kracht zij, en degenen die mijn heer verachten, verdorven worden.

Judith 12:2
Maar Judith zeide: Ik zal daarvan niet eten, opdat geen aanstoot daaruit ontsta, maar uit hetgeen mij volgt, zal mij toegediend worden.

Judith 12:12
En Bagoas ging uit van Holofernes, en kwam tot haar en zeide: Dat de schone jonkvrouw zich niet bezware zelf tot mijn heer te komen, om door zijn aanschijn verheerlijkt te worden, en met ons tot vrolijkheid wijn te drinken, en op deze dag te worden als een van de dochteren der Assyriërs, welke in het huis van Nabuchodonosor staan.

Judith 13:25
Want uw hoop zal niet geweerd worden uit het hart der mensen, die de kracht Gods zullen gedenken, tot in der eeuwigheid; en God doe u dit tot een eeuwige verhoging, en bezoeke u met allerlei goed, opdat gij uw leven niet gespaard hebt, om der vernedering wil van ons geslacht, maar zijt onze val tegengegaan, dewijl gij oprecht voor onze God hebt gewandeld.

Judith 14:10
Wek toch onze heer op, want de slaven durven tot ons nederkomen in de krijg, opdat zij geheel verdelgd worden.

Judith 16:18
Want de bergen zullen uit de fundamenten met hun wateren bewogen worden, de steenrotsen zullen van uw aangezicht, gelijk was, versmelten.

Boek der Wijsheid 2:16
Wij worden van hem geacht als vals zilver, en hij houdt zich af van onze wegen, als van onreinheden: hij prijst zalig het einde der rechtvaardigen, en pocht dat God zijn vader is.

Boek der Wijsheid 2:20
Laat ons hem tot een schandelijke dood verwijzen, want daar zal over hem opzicht genomen worden, gelijk hij zegt.

Boek der Wijsheid 3:4
Want of zij wel in het gezicht der mensen gepijnigd worden, zo is nochtans hun hoop vol onsterfelijkheid.

Boek der Wijsheid 3:10
Maar de goddelozen zullen gestraft worden gelijk zij gedacht hebben; die de rechtvaardige niet hebben geacht, en van de Here zijn afgeweken.

Boek der Wijsheid 3:14
En de gesnedene is zalig die geen onrecht met zijn hand gewrocht, noch boze dingen tegen de Here, gedacht heeft, want hem zal gegeven worden een uitverkoren genade des geloofs, en een zeer aangenaam lot in de tempel des Heren.

Boek der Wijsheid 3:16
Maar de kinderen der echtbrekers zullen niet volkomen worden, en het zaad van een onwettig bed zal verdwijnen.

Boek der Wijsheid 3:17
Want indien zij al lang zouden leven, zo zullen zij toch voor niets geacht worden, en hun ouderdom zal op het laatste zonder eer zijn.

Boek der Wijsheid 4:4
Want hoewel zij in de takken voor een tijd weder uitspruiten, nochtans dewijl zij zeer loffelijk voortkomen, zullen zij van de wind bewogen, en van de kracht der winden uitgeworteld worden.

Boek der Wijsheid 4:5
De ontijdige takjes zullen rondom gebroken worden, en hun vrucht is onnut, onrijp tot spijs, en tot niets geschikt.

Boek der Wijsheid 4:19
En zullen hierna tot een schandelijke val zijn, en tot versmaadheid onder de doden in eeuwigheid, want hij zal hen stemmeloos en voorwaarts overhangende scheuren; en hen uit de grond bewegen, en zij zullen tot het uiterste toe verwoest worden; en zullen in angst zijn en hun gedachtenis zal vergaan.

Boek der Wijsheid 5:2
En zij dat ziende, zullen met zware vrees beroerd worden, en zullen zich ontzetten over deze onvermeende zaligheid.

Boek der Wijsheid 5:11
Of gelijk geen kenteken wordt gevonden van de reis des vogels, die door de lucht vliegt, maar als de vleugels bewogen worden, gaat de slag der wieken door de lichte geslagen wind, die door de kracht des suizens gespleten wordt, en daarna vindt men geen teken in hem van de doortocht.

Boek der Wijsheid 5:23
Dikke hagelstenen zullen geworpen worden, als uit een slinger der gramschap; het water der zee zal tegen hen zeer woeden, en de stromen zullen tezamen heftig overvloeien.

Boek der Wijsheid 6:6
Want de minsten is het te vergeven door barmhartigheid, maar de machtigen zullen streng onderzocht worden.

Boek der Wijsheid 6:10
Want die heilig heilige dingen zullen bewaard hebben, zullen geheiligd worden, en die deze geleerd hebben, zullen verantwoording vinden.

Boek der Wijsheid 6:11
Zo zijt dan begerig naar mijn woorden, verlangt daarnaar, en gij zult onderwezen worden.

Boek der Wijsheid 6:13
Zij voorkomt degenen die haar begeren, om tevoren gekend te worden.

Boek der Wijsheid 6:17
Want haar beginsel is de ware begeerte der onderwijzing, en de bezorging van onderwezen te worden is liefde,

Boek der Wijsheid 7:22
Want in haar is een geest die verstandig is, heilig, enig, menigvuldig, fijn, vaardig, rein, onbesmet, klaar, zacht, beminnende het goed, scherp, die niet kan verhinderd worden, weldadig.

Boek der Wijsheid 8:11
Ik zal scherpzinnig gevonden worden in het gericht, en in het gezicht der machtigen zal ik een verwondering zijn.

Boek der Wijsheid 8:21
En verstaande dat ik haar anders niet machtig zou worden, indien God haar mij niet gaf, (en dat was ook kloekheid, te weten van wie die genade komt) zo ging ik tot de Here, en bad hem, en sprak uit geheel mijn hart.

Boek der Wijsheid 9:6
Want of iemand onder de kinderen der mensen volmaakt zou zijn, zo zal hij toch niets geacht worden, wanneer de wijsheid, die van u komt, niet bij hem is.

Boek der Wijsheid 11:10
Want toen zij zijn verzocht geworden, hoewel zij in ontferming werden gekastijd, hebben zij verstaan hoe de goddelozen, in toorn veroordeeld zijnde, gepijnigd worden.

Boek der Wijsheid 12:15
Maar daar gij rechtvaardig zijt, regeert gij alle dingen rechtvaardig, en acht het vreemd te zijn van uw macht, te veroordelen degene, die niet schuldig is om gestraft te worden.

Boek der Wijsheid 13:6
Maar nochtans is in deze de klacht gering, want ook misschien worden zij verleid, God zoekende die zij gaarne wilden vinden;

Boek der Wijsheid 13:7
Want met zijn werken omgaande, onderzoeken zij deze, en worden door het gezicht bewogen, omdat de dingen die gezien worden schoon zijn.

Boek der Wijsheid 14:5
Gij wilt niet dat de werken uwer wijsheid ledig zouden zijn, daarom vertrouwen ook de mensen hun zielen aan een zeer gering hout, en varende door de baren, worden door een schip behouden.

Boek der Wijsheid 14:10
En daarom zal hetgeen gemaakt is, met degene, die het gemaakt heeft, gestraft worden.

Boek der Wijsheid 14:11
Daarom zullen ook de afgoden der heidenen bezocht worden, omdat zij onder de schepselen Gods tot een gruwel geworden zijn, en de zielen der mensen tot ergernissen, en de voeten der onwijzen tot een strik.

Boek der Wijsheid 14:21
En dit is tot een lage geweest voor het leven, omdat de mensen, òf het ongeval, òf de tirannie dienende, aan steen en hout hebben gegeven de naam, die niet mag gemeen gemaakt worden.

Boek der Wijsheid 14:29
Want betrouwen hebbende op de afgoden die geen leven hebben, zo verwachten zij niet, dat zij vals zwerende, zullen beschadigd worden.

Boek der Wijsheid 14:30
Doch zij zullen om deze beide dingen rechtvaardig gestraft worden, dat zij een kwaad gevoelen hebben van God, aanhangende de afgoden; en dat zij onrechtvaardig met bedrog zweren, en de heiligheid verachten.

Boek der Wijsheid 15:2
Want ook zo wij zondigen; wij zijn uw, wetende uw kracht, maar wij zullen niet zondigen, wetende dat wij onder de uwen gerekend worden.

Boek der Wijsheid 15:7
Want ook een pottenbakker tredende de weke aarde met moeite, maakt ieder stuk werk tot onze dienst; maar uit hetzelfde leem maakt hij vaten die tot reine werken dienstig zijn, en desgelijks alle, die tot onreine werken dienen; en waartoe elk van die beide zal gebruikt worden, daarover oordeelt de leemwerker.

Boek der Wijsheid 15:19
En zijn niet schoon om zo zeer begeerd te worden, in het aanzien der andere dieren; maar zij zijn de lof Gods en zijn zegen ontvloden.

Boek der Wijsheid 16:9
Want die werden wel van de beten der sprinkhanen en vliegen gedood, en geen genezing werd voor hun ziel gevonden, omdat zij waardig waren van zulke geplaagd te worden.

Boek der Wijsheid 16:11
Want zij werden als met prikkelen gestoken om te gedenken aan uw woorden, en snel weder geheeld, opdat zij niet, vervallende in een diepe vergetelheid, zulken zouden worden, die niet zouden kunnen aangehaald worden door uw weldadigheid.

Boek der Wijsheid 16:23
Daarentegen heeft het ook zijn eigen kracht vergeten, opdat de rechtvaardigen zouden gevoed worden.

Boek der Wijsheid 17:10
En weigerende de lucht te aanschouwen, die toch nergens kan ontvloden worden.

Boek der Wijsheid 17:19
Hetzij dan dat daar was een suizende wind, of een liefelijk gezang der vogelen, omtrent de dichte takken, of het ruisen van het water, met geweld aflopende, of een hard gerommel der stenen, die van boven nedergeworpen worden, of de onzienlijke loop der springende beesten, of de stem der huilende wreedste dieren, of de weerklank die uit de holen der bergen tegenschalt al deze dingen maakten hen zeer bevreesd en krachteloos.

Boek der Wijsheid 18:4
Want zij waren ook waardig, dat zij van het licht beroofd en in de duisternis gevangen werden gehouden, die uw kinderen gevankelijk ingesloten hielden door welke het onverderfelijke licht uwer wet aan de wereld zou gegeven worden.

Boek der Wijsheid 18:9
Want de heilige kinderen der vromen offerden in het verborgen, en ordineerden de Goddelijke wet met eendracht, dat de heiligen beide derzelver goederen en gevaren tegelijk deelachtig zouden worden, zingende reeds tevoren de lof der vaderen.

Boek der Wijsheid 18:15
Toen daalde uw alvermogend woord van de hemel uit de koninklijke troon af, als een ernstig krijgsheld in het midden van het land, dat verdorven zou worden.

Boek der Wijsheid 19:17
Want de elementen worden gevoegelijk door zichzelf veranderd, gelijk in een snarenspel de tonen de naam van de melodie veranderen, blijvende altijd in hun weerklank, hetwelk men afleiden kan uit een naarstig opmerken der dingen die geschied zijn.

Jezus Sirach 1:12
Die de Here vreest die zal het welgaan in de laatste dagen, en in de dag van zijn dood zal hij gezegend worden.

Jezus Sirach 1:14
Bij de mensen heeft zij een eeuwig fundament gelegd, en bij hun zaad zal zij worden vertrouwd.

Jezus Sirach 1:22
Een toornig man zal niet kunnen gerechtvaardigd worden, want de hevigheid zijns toorns is hem ten val.

Jezus Sirach 2:3
Hang hem aan, en wijk niet van hem af, opdat gij moogt vermeerderd worden in uw laatste dagen.

Jezus Sirach 2:15
Wee een slap hart, omdat het niet gelooft, daarom zal het niet beschermd worden.

Jezus Sirach 2:20
Die hem liefhebben, zullen van zijn wet verzadigd worden.

Jezus Sirach 3:5
Wie zijn vader eert, zal zich over zijn kinderen verheugen, en zal in de dag zijns gebeds verhoord worden.

Jezus Sirach 3:15
Want de barmhartigheid, die gij uw vader bewijst, zal niet vergeten worden.

Jezus Sirach 3:16
En in plaats der zonden zult gij daartegen gebouwd worden.

Jezus Sirach 3:17
In de dag der verdrukking zal aan u gedacht worden, gelijk schoon weder het ijs, zo zullen uw zonden versmelten.

Jezus Sirach 3:19
Mijn kind, voer uw werken uit met zachtmoedigheid, en gij zult door aangename mensen bemind worden.

Jezus Sirach 3:21
Velen zijn hoog en zeer vermaard, maar de zachtmoedigen worden de verborgenheden geopenbaard.

Jezus Sirach 3:28
Een hard hart zal bezwaard worden met moeite, en de zon daar zal zonden, op zonden ophopen.

Jezus Sirach 3:29
Als ongeluk over de hovaardigen gebracht wordt, zo is daar geen genezing; zijn aanslagen zullen ontworteld worden, want een plant der boosheid is in hem ingeworteld.

Jezus Sirach 4:13
Wie haar liefheeft, die heeft het leven lief, en die zich vroeg opmaken tot haar, zullen met verheuging vervuld worden.

Jezus Sirach 4:29
Want de wijsheid zal in het woord bekend worden, en de onderwijzing in de woorden der tong.

Jezus Sirach 5:6
En zeg niet: Zijn ontferming is groot, de menigte mijner zonden zal verzoend worden.

Jezus Sirach 5:9
Want de toorn des Heren zal schielijk uitvaren, en als gij onbezorgd zult zijn zult gij vermorzeld worden, en in de tijd der wraak verderven.

Jezus Sirach 5:10
Steun niet op onrechtvaardige rijkdom, want hij zal u geen voordeel doen in de dag, wanneer ongeluk over u zal gebracht worden.

Jezus Sirach 6:4
Een boze ziel zal verderven degene die haar bezit, en zal maken dat de vijanden over haar verblijd worden.

Jezus Sirach 6:20
Want in haar werking zult gij wel een weinig vermoeid worden, en haast zult gij van haar gewas eten.

Jezus Sirach 6:28
Speur haar na en zoek haar, en zij zal u bekend worden, en als gij haar machtig geworden zijt, zo laat haar niet van u.

Jezus Sirach 6:33
Indien gij zult willen, mijn kind, zo zult gij onderwezen worden, en indien gij uw ziel daartoe begeeft, zo zult gij geheel kloek worden.

Jezus Sirach 6:34
Indien gij liefde zult hebben om te horen, zo zult gij verstand krijgen, en indien gij uw oor zult neigen, zo zult gij wijs worden.

Jezus Sirach 6:37
Overdenk de geboden des Heren volkomen, en oefen u altijd in zijn bevelen, zo zal hij uw hart versterken, en de begeerde wijsheid zal u gegeven worden.

Jezus Sirach 7:6
Zoek niet een rechter te worden, want gij mocht niet sterk genoeg zijn de ongerechtigheden weg te nemen; dat gij niet te eniger tijd voor het aangezicht des machtigen vreest, en een aanstoot legt in uw rechte handeling.

Jezus Sirach 7:37
Wees niet traag in het bezoeken van de kranke; want om zulke dingen zult gij bemind worden.

Jezus Sirach 8:5
Scherts niet met een ongeschikte, opdat uw voorouders van hem niet onteerd worden.

Jezus Sirach 8:7
Onteer niemand in zijn ouderdom, want ook uit ons zijn er die oud worden.

Jezus Sirach 9:15
Heb geen welbehagen aan dat, waarin de goddelozen wel behagen hebben; gedenk dat zij tot in de hel toe niet, zullen gerechtvaardigd worden.

Jezus Sirach 9:21
Door de hand der kunstenaren zal een werk geprezen worden, en een wijs voorganger des volks, door zijn woord.

Jezus Sirach 9:22
Een klapachtig man is verschrikkelijk in zijn stad, en die te voortvarend is in zijn rede, zal gehaat worden.

Jezus Sirach 10:3
Een koning, die niet onderwezen is, zal zijn volk verderven, maar een stad zal door verstand der machtigen bewoond worden.

Jezus Sirach 10:14
Want hovaardigheid is een beginsel der zonde, en die daarbij blijft, die bedrijft zeer gruwelijke moedwil, doch op het einde zal hij omgekeerd worden.

Jezus Sirach 10:23
In het midden der broeders is degene geëerd, die hun leidsman is, en die de Here vrezen worden geëerd voor zijn ogen.

Jezus Sirach 10:27
De groten, en de rechters, en de machtigen worden geëerd, maar geen hunner is meerder dan die de Here vreest.

Jezus Sirach 12:11
Indien hij zou vernederd worden, en gekromd gaan, bedwing uzelf, en wacht u van hem, en gij zult hem zijn als die een spiegel heeft afgeveegd, en zult gewaar worden, dat hij die niet tot het einde toe verroest maken kan.

Jezus Sirach 12:16
Met zijn ogen zal hij wenen, en indien hij gelegen tijd zal vinden, zo zal hij niet verzadigd kunnen worden van uw bloed.

Jezus Sirach 13:3
Wat gemeenschap zal de aarden pot met een ketel hebben? deze zal daaraan stoten, en de andere zal verbrijzeld worden.

Jezus Sirach 14:22
Die zijn wegen in zijn hart bezint, die zal ook in haar verborgenheden verstandig worden; ga uit achter haar gelijk een naspeurder, en loer op haar wegen.

Jezus Sirach 14:26
Hij zal van haar beschermd worden voor de hitte, en in haar heerlijkheid zal hij herberg hebben.

Jezus Sirach 15:4
Hij zal op haar gevestigd worden, en zal niet wankelen, en hij zal zich aan haar houden, en niet beschaamd worden.

Jezus Sirach 15:10
Want met wijsheid zal lof gesproken worden, en de Here zal die voorspoedig maken.

Jezus Sirach 15:17
Het leven en de dood zijn voor de mens, en hetgeen hem behagen zal, dat zal hem gegeven worden.

Jezus Sirach 16:5
Want van een verstandige zal een stad met inwoners bezet worden; maar het geslacht der goddelozen zal haastig woest worden.

Jezus Sirach 16:7
In de vergadering der zondaren zal een vuur aangestoken worden, en toorn is ontstoken geweest onder een ongehoorzaam volk.

Jezus Sirach 16:15
Maak plaats voor allerlei aalmoezen, want een ieder zal vinden naar zijn werken. De Here heeft Farao verhard, dat hij hem niet kende, opdat zijn werken zouden bekend worden bij het geslacht onder de hemel; zijn barmhartigheid is alle schepselen openbaar, en zijn licht en duisternis heeft hij onderscheiden met een diamantsteen.

Jezus Sirach 16:18
Ziet, de hemel, en de de hemel des hemels, de afgrond en de aarde, en hetgeen daarin is, zullen in zijn bezoeking bewogen worden; de ganse wereld die geweest is, en is, die is door zijn wil.

Jezus Sirach 16:19
De bergen en de fundamenten der aarde worden tegelijk geschud onder elkander door beving, als de Here daarop ziet.

Jezus Sirach 18:8
Het getal der dagen des mensen aangaande honderd jaren zijn vele, maar het ontslapen van een ieder kan van niemand berekend worden.

Jezus Sirach 18:22
Laat u niet hinderen uw belofte te betalen ter bekwamer tijd, en verwijl niet tot aan de dood rechtvaardig te worden.

Jezus Sirach 19:1
EEN arbeider, die een dronkaard is, zal niet rijk worden, en die het weinige versmaadt, zal gaandeweg vervallen.

Jezus Sirach 19:5
Wie zich verheugt in het kwaaddoen, zal verdoemd worden, maar wie de wellusten wederstaat, die kroont zijn leven.

Jezus Sirach 20:1
HOE veel beter is het te bestraffen dan heimelijk gram te zijn; en wie zijn zonde bekent, die zal voor schade bewaard worden.

Jezus Sirach 20:12
De wijze zal zichzelf met woorden lieftallig maken, maar de aangenaamheid der dwazen zal uitgestort worden.

Jezus Sirach 20:20
Een spreuk komende uit de mond eens dwazen zal verworpen worden, want hij spreekt die niet op de bekwame tijd.

Jezus Sirach 21:5
Slagen en smaadheid verwoesten rijkdom; zo zal het huis der hovaardigen verwoest worden.

Jezus Sirach 21:14
Wie niet kloek is, die zal niet onderwezen worden, hoewel er een kloekheid is die bitterheid vermeerdert.

Jezus Sirach 21:15
De kennis van een wijze zal vermeerderd worden als een watervloed, en zijn raad gelijk een zuivere fontein des levens.

Jezus Sirach 21:31
Een oorblazer besmet zijn eigen ziel, en waar hij ook zou mogen gaan wonen, daar zal hij gehaat worden.

Jezus Sirach 22:7
Kinderen, die in een goed leven worden opgevoed, verbergen de slechte afkomst van hun ouders; kinderen die in verachting en ongeschiktheid zich beroemen, die bevlekken de edele afkomst van hun geslacht.

Jezus Sirach 23:3
Opdat mijn onwetendheden niet vermenigvuldigd worden, en mijn zonden niet vermeerderen tot verplettering, en ik niet valle voor degenen die mij tegen zijn, en mijn vijand over mij verblijd worde, van welke de hoop van uw barmhartigheid verre is.

Jezus Sirach 23:6
Hoort, mijn kinderen, de onderwijzing van een waarachtige mond, en wie zij bewaart, die zal in zijn lippen niet gevangen worden.

Jezus Sirach 23:7
De zondaar zal in zijn onvoorzichtigheid gevat worden, en een schimper en hovaardige zullen zich daaraan stoten.

Jezus Sirach 23:12
En zo hij ijdel gezworen heeft, hij zal niet gerechtvaardigd worden, want zijn huis zal vervuld worden met aangehaalde straffen.

Jezus Sirach 23:13
Het is een wijze van spreken rondom met de dood bekleed; laat die niet gevonden worden in het erfdeel Jakobs.

Jezus Sirach 23:14
Want al deze dingen zullen verre zijn van de godvrezende, en zij zullen in de zonden niet ingewikkeld worden.

Jezus Sirach 23:18
Een mens die gewend is tot scheldwoorden, die zal al de dagen zijns levens niet onderwezen worden.

Jezus Sirach 23:28
Deze zal op de straten der stad gewroken worden, en gegrepen worden waar hij het niet heeft gemeend.

Jezus Sirach 23:31
Deze zal in de gemeente uitgestoten worden, en over haar kinderen zal onderzoeking geschieden.

Jezus Sirach 23:33
Haar gedachtenis zal zij tot een vervloeking nalaten, en haar versmaadheid zal niet uitgewist worden.

Jezus Sirach 24:21
En geef met al mijn kinderen deze eeuwigblijvende dingen, namelijk die mij van hem toegezegd worden.

Jezus Sirach 24:25
Die naar mij luistert zal nimmermeer beschaamd worden, en die naar mij arbeiden zullen niet zondigen.

Jezus Sirach 25:15
Wie ze houdt, bij wie zal hij vergeleken worden?

Jezus Sirach 26:22
Zo zullen uw vruchten overblijvende, en vrijmoedigheid van het edele geslacht hebbende, groot worden.

Jezus Sirach 26:23
Een vrouw die loon neemt, wordt een mestvarken gelijk geacht, maar die een man heeft, zal een toren des doods geacht worden, degenen die haar gebruiken.

Jezus Sirach 26:24
Een goddeloze vrouw zal de onrechtvaardige tot een deel gegeven worden, maar een godvrezende vrouw wordt gegeven hem, die de Here vreest.

Jezus Sirach 26:26
Een onbeschaamde vrouw zal geacht worden als een hond, maar die schaamte heeft, zal de Here vrezen.

Jezus Sirach 26:27
Een vrouw, die haar eigen man eert, zal door allen voor wijs gehouden worden, maar die de man onteert, zal van allen gekend worden, dat zij door hovaardigheid goddeloos is.

Jezus Sirach 26:29
Een vrouw die groot getier maakt, en de tong dapper weet te roeren, zal beschouwd worden als bekwaam tot afwering der vijanden; en een ieders mensen ziel, die deze in zeden gelijk is, zal zijn leven in de oproeren des krijgs overbrengen.

Jezus Sirach 26:31
Als een krijgsman ten laatste armoe gaat lijden; en indien verstandige mannen als drek geacht worden;

Jezus Sirach 26:33
Een koopman is nauwelijks vrij van mishandeling; en een waard zal niet gerechtvaardigd worden van zonde.

Jezus Sirach 27:2
Gelijk een nagel tussen de voegen der stenen vastgestoken wordt, zo ook zal de zonde tussen verkopen en kopen worden gewreven.

Jezus Sirach 27:3
Indien iemand zich niet naarstig aan de vreze des Heren houdt, zo zal zijn huis haastig omgekeerd worden.

Jezus Sirach 27:7
Prijs niemand eer hij spreekt, want hieraan worden de mensen beproefd.

Jezus Sirach 27:27
Wie een kuil graaft, die zal daarin vallen, en die een strik voor anderen legt, zal daarmee gevangen worden.

Jezus Sirach 27:30
Die zich verheugen in de val der godvrezenden zullen in een strik gevangen worden, en smart zal hen verteren voor hun dood; haat en toorn en dergelijke zijn gruwelen, en een zon daar zal daarmee bevangen worden.

Jezus Sirach 28:2
Vergeef uw naaste het onrecht dat hij u gedaan heeft, en wanneer gij dan zult gebeden hebben, zullen u uw zonden vergeven worden.

Jezus Sirach 28:26
Die de Here verlaten, zullen in haar vallen en in hen zal zij worden ontstoken, en niet uitgeblust worden;

Jezus Sirach 28:27
Zij zal over hen gezonden worden als een leeuw, en gelijk een luipaard zal zij ze verwoesten.

Jezus Sirach 29:10
Velen dan vanwege zulke boosheid, wenden zich van de mens af, en vrezen dat zij van het hunne mochten beroofd worden.

Jezus Sirach 29:17
Een goed man zal voor zijn naaste borg worden, maar die de schaamte verloren heeft, zal hem verlaten.

Jezus Sirach 30:2
Wie zijn zoon tuchtigt, zal over hem verblijd worden, en in het midden der vermaarde lieden zal hij van hem roemen.

Jezus Sirach 30:7
Wie zijn zoon afstrijkt, die verbindt zijn wonden, en op elk roepen worden zijn ingewanden ontroerd.

Jezus Sirach 31:5
Wie goud liefheeft die zal niet gerechtvaardigd worden; en wie zijn verderving najaagt, deze zal daarvan verzadigd worden.

Jezus Sirach 31:11
Daarom zullen zijn goederen bevestigd worden, en de gemeente zal zijn aalmoezen vertellen.

Jezus Sirach 32:16
Wie de wet zoekt, die zal daarvan vervuld worden; maar wie geveinsd is, zal daaraan geërgerd worden.

Jezus Sirach 33:4
Gelijk de vraag klaar is, zo bereid de rede, en zo zult gij gehoord worden; bind de onderwijzing tezamen en antwoord dan.

Jezus Sirach 34:4
Van het onreine, wat zal daarvan gereinigd worden? en van de leugenaar, welke waarheid zal daarvan komen?

Jezus Sirach 35:7
Het slachtoffer eens rechtvaardigen mans is aangenaam, en de gedachtenis daarvan zal niet vergeten worden.

Jezus Sirach 35:17
Die God dient met welbehagen zal aangenomen worden, en zijn gebed zal tot aan de wolken raken.

Jezus Sirach 36:4
Gelijk gij voor hun ogen geheiligd zijt geweest in ons, dat gij ook voor ons groot gemaakt moogt worden in hen.

Jezus Sirach 36:10
Maak dat de tijd haast kome, en gedenk aan de toorn, en laat uw wonderen verteld worden.

Jezus Sirach 36:18
Geef loon degenen die u verwachten, en maak dat uw profeten geloofd worden.

Jezus Sirach 37:2
Blijft de droefheid niet tot de dood toe wanneer een metgezel en een vriend tot vijanden worden?

Jezus Sirach 37:25
Een wijs man zal vervuld worden met zegen, en allen die hem zien, zullen hem gelukzalig prijzen.

Jezus Sirach 38:5
Is het water niet zoet geworden van een hout, opdat zijn kracht door de mens zou gekend worden?

Jezus Sirach 38:6
Hij heeft de mensen wetenschap gegeven, om in zijn wonderen verheerlijkt te worden.

Jezus Sirach 38:25
De wijsheid van een schriftgeleerde wordt verkregen door de goede gelegenheid van de ledige tijd, en wie verzuimachtig is in zijn handeling, die zal niet wijs worden.

Jezus Sirach 38:26
Wat zou hij wijs worden, die de ploeg houdt, en roem draagt in de prikkel, die de ossen drijft, en opgevoed wordt in de werken derzelve, en die van jonge stieren weet te spreken?

Jezus Sirach 38:38
Zonder hen zal geen stad gebouwd worden, en men zal daar niet in wonen noch wandelen, doch tot de raad van het volk zullen zij niet gevorderd worden, en in de vergadering zullen zij niet overgaan.

Jezus Sirach 38:40
Wijze spreuken worden bij hen niet gevonden, maar zij bevestigen het bezit der wereld, en hun wens is dat zij in hun kunst werken mogen.

Jezus Sirach 39:8
Indien die grote Here wil, zo zal hij met de geest des verstands vervuld worden.

Jezus Sirach 39:12
Velen zullen zijn verstand prijzen, en dat zal in eeuwigheid niet uitgewist worden.

Jezus Sirach 39:20
De werken des Heren zijn alle zeer schoon, en al wat hij gebiedt geschiedt in zijn tijd; men mag niet zeggen: Wat is dit? want al deze dingen zullen op hun tijd onderzocht worden.

Jezus Sirach 39:23
De werken van alle vlees zijn voor zijn aangezicht, en daar kan niets verborgen worden voor zijn ogen.

Jezus Sirach 39:31
Alle deze gelijk ze de godvrezende goede dingen zijn, zo worden ze de zondaar in kwaad verkeerd.

Jezus Sirach 39:39
En men mag niet zeggen: Dit is bozer dan dat, want alle dingen zullen op hun tijd goed gekend worden.

Jezus Sirach 40:11
Alle geschenk en ongerechtigheid zal uitgedelgd worden, maar geloof zal in eeuwigheid bestaan.

Jezus Sirach 40:13
Als hij de handen opendoet, zo wordt de rechtvaardige verheugd; gelijk degenen die overtreden, verdelgd worden tot het uiterste.

Jezus Sirach 40:15
Hun groente aan alle water en oever van een stroom zal voor alle ander gras uitgeplukt worden.

Jezus Sirach 41:8
Der zondaren kinderen worden gruwelijke kinderen, en die in de gebuurschappen der goddelozen te zamen verkeren.

Jezus Sirach 41:10
Een goddeloze vader schelden zijn kinderen, overmits zij om zijnentwil gesmaad worden.

Jezus Sirach 41:14
De mensen dragen rouw vanwege hun lichamen, doch de boze naam der mensen zal uitgewist worden.

Jezus Sirach 41:20
Dat men zich dan ontzie voor, mijn woord, want het is niet goed in alle dingen schaamte te houden, en alle dingen worden niet door allen in getrouwheid goed gekend.

Jezus Sirach 42:10
En gij zult recht onderwezen, en bij een ieder, die leeft, geacht worden.

Jezus Sirach 42:24
Hij verkondigt de dingen die voorbijgegaan zijn, en die nog worden zullen, en hij ontdekt de voetstappen der verborgen dingen.

Jezus Sirach 42:28
Hoe waardig zijn al zijn werken om te begeren! en om aanschouwd te worden tot op een vonkje toe!

Jezus Sirach 42:31
Het een bevestigt het goede des anderen, en wie zal verzadigd worden aanschouwende de heerlijkheid Gods?

Jezus Sirach 43:11
Door de woorden van de heilige worden zij gesteld tot een veroordeling, en worden niet verhinderd in haar wacht.

Jezus Sirach 43:15
Daarom worden de schatten geopend, en de wolken vliegen uit, gelijk de vogelen.

Jezus Sirach 43:16
Door zijn grote heerlijkheid versterkt hij de wolken, en de hagelstenen worden verbroken.

Jezus Sirach 43:17
De stem van zijn donder brengt de aarde in barensnood, en door zijn aanschouwen worden de bergen bewogen.

Jezus Sirach 44:14
Tot in der eeuwigheid blijft hun zaad, en hun heerlijkheid zal niet uitgedelgd worden.

Jezus Sirach 44:19
Daarom geschiedde de zondvloed, en eeuwige verbonden werden met hem opgericht, opdat niet alle vlees door de zond vloed zou verdelgd worden.

Jezus Sirach 46:22
En nadat hij ontslapen was profeteerde hij, en voorzeide de koning zijn einde, en verhief zijn stem uit de aarde, met een profetie, dat de ongerechtigheid des volks zou verdelgd worden.

Jezus Sirach 50:28
Zalig is hij, die zich in deze dingen oefenen zal, en die ze ter harte neemt, zal wijs worden.

Jezus Sirach 51:24
Want ik heb gedacht om haar in het werk te stellen, en te beijveren het goede, en zal geenszins te schande worden.

Jezus Sirach 51:28
Ik heb van het begin af tot haar een hart gekregen, daarom zal ik niet verlaten worden.

Baruch 2:23
Zo zal ik maken, dat uit de steden van Juda en buiten Jeruzalem ophoude de stem der vreugde, en de stem der blijdschap, de stem van de bruidegom, en de stem der bruid, en het gehele land zal woest worden van inwoners.

Baruch 2:24
Doch wij hebben uw stem niet gehoord, om de koning van Babylonië te dienen; daarom hebt gij uw woorden bevestigd, die gij gesproken hadt door de dienst uwer knechten, de profeten, dat de gebeenten onzer koningen, en de gebeenten onzer vaderen zouden gebracht worden uit hun plaats.

Baruch 4:35
Want een vuur zal over haar uitgaan van de eeuwige, vele dagen lang, en zij zal door de duivelen bewoond worden, een lange tijd.

Baruch 5:4
Want uw naam zal door God in der eeuwigheid genoemd worden, namelijk vrede der gerechtigheid en heerlijkheid, lof der Godzaligheid.

Baruch 6:1
OM der zonden wil waarmee gij gezondigd hebt tegen God, zult gij van Nabuchodonosor, de koning der Babyloniërs, naar Babel gevankelijk weggevoerd worden.

Baruch 6:17
En gelijk voor iemand, die zich aan de koning heeft vergrepen, als die ter dood zal geleid worden, de zalen rondom bezet zijn, alzo verzekeren ook de priesters hun tempels met deuren, sloten en grendels, opdat zij van de rovers niet geroofd worden.

Baruch 6:19
En men zegt dat hun harten worden uitgeknaagd van de kruipende dieren der aarde; en wanneer zij deze en hun kleding vereten, zo gevoelen zij het niet.

Baruch 6:26
Die hen dienen worden ook beschaamd, omdat zij, indien zij mogelijk op de aarde vallen, van zichzelf niet weder opstaan; en zo iemand ze opricht, zij zich niet zullen bewegen; en zo men hen nederlegt, zij zich niet zullen oprichten, maar gelijk als voor doden zo zet men hun gaven voor.

Baruch 6:38
Zij zijn sommige houten, sommige vergulde, en sommige verzilverde, en zijn de stenen gelijk, die men uit de gebergten houwt; maar die hen dienen zullen beschaamd worden.

Baruch 6:50
Want dewijl zij maar houten, vergulde en verzilverde goden zijn, zo zal het daarna alle volken bekend worden, dat zij leugens zijn; en alle koningen zal duidelijk worden dat zij geen goden zijn, maar werken van mensenhanden, en dat geen werk Gods in hen is.

Baruch 6:54
Want ook, als het vuur valt in het huis van deze houten, vergulde en verzilverde goden, zo zullen hun priesters wel kunnen ontvlieden en ontkomen, maar zij zullen als balken midden daarin verbrand worden.

Baruch 6:59
Want de zon, en de maan, en de sterren, die blinken als zij uitgezonden worden tot hun gebruik zijn gehoorzaam;

Baruch 6:71
Men kan ook bemerken dat zij geen goden zijn, aan het scharlaken en purper dat zij aan hebben, en dat verrot; zij zullen ook zelf eindelijk opgegeten worden van de wormen; en zij zullen een spot worden in het land.

Esther (apocr.) 13:3
Als ik nu mijn raadsheren vroeg hoe zulks zou mogen tot een goed einde gebracht worden, zo heeft Haman, die bij ons in voorzichtigheid uitmunt, en door zijn onveranderlijke goedwilligheid en standvastige getrouwheid beproefd is, en de tweede plaats van eer in onze koninkrijken verkregen heeft, ons vertoond,

Esther (apocr.) 13:4
Dat onder alle geslachten die op de aardbodem zijn, een zeker hatelijk volk gemengd was, dat in wetten alle volken tegenstrijdig was, en de ordinantien der koningen gedurig verachtte, zodat onze onberispelijke aangerichte regering niet kan voltrokken worden.

Esther (apocr.) 13:6
Zo bevelen wij, dat degenen die aangewezen worden door de schriften van Haman, welke over onze zaken is gesteld, en ons een tweede vader is, allen tezamen met vrouwen en kinderen tot de laatste toe omgebracht worden door het zwaard van hun vijanden, zonder enig medelijden en verschoning, en dat op de veertiende dag der twaalfde maand Adar van het tegenwoordige jaar.

Esther (apocr.) 16:7
Dit kan opgemerkt worden niet zozeer uit de oude historiën, gelijk wij verhaald hebben, als wel uit hetgeen ons voor de voeten is, zo gij onderzoekt hetgeen onrechtvaardig is volbracht, door het valse beleid dergenen, die de macht onbehoorlijk hebben gebruikt.

Esther (apocr.) 16:15
Doch wij bevinden dat de Joden, die deze booswicht overgegeven had om uitgeroeid te worden, geen kwaaddoeners zijn, maar dat zij door zeer rechtvaardige wetten gericht worden;

Esther (apocr.) 16:24
Doch alle stad of land dat hiernaar niet zal hebben gedaan, zal door zwaard en vuur gans verdelgd worden, zonder genade, en zal niet alleen de mensen ontoegankelijk, maar ook de wilde dieren en vogelen voor altijd vijand gemaakt worden.

Gebed van Azaria (Dan. 3) 1:40
Maar neem ons aan, in een verbroken hart, en in een vernederde geest; gelijk als in brandoffer van rammen en stieren, en in vele duizend vette schapen, zo zij heden onze offerande voor u, en zij volmaakt bij u, want zij zullen niet beschaamd worden, die op u betrouwen.

Gebed van Azaria (Dan. 3) 1:42
Daarom laat ons niet beschaamd worden, maar doe met ons naar uw goedertierenheid, en naar de menigte van uw barmhartigheid.

Gebed van Azaria (Dan. 3) 1:44
En laat beschaamd worden allen die uw knechten kwaad aandoen, en laat hen te schande worden voor alle macht, en laat hun sterkte gebroken worden.

Susanna (Dan. 13) 1:39
En ziende hen bij elkander, konden wij de gezel niet machtig worden, omdat hij sterker was dan wij; en hij deed de deuren open en sprong weg.

1 Makkabeeën 2:18
Nu dan, komt gij het eerst tot ons, en doe het bevel des konings, gelijk al de volken gedaan hebben, en de mannen van Juda, en die in Jeruzalem overgelaten zijn, en gij zult, alsook uw huis van des konings vrienden zijn, en gij en uw zonen zullen verheerlijkt worden met zilver en goud, en vele geschenken.

1 Makkabeeën 2:44
En zij brachten hun macht te zamen, en sloegen de zondaren in hun toorn, en de boze mannen in hun grimmigheid; en de overgeblevenen vloden naar de heidenen om behouden te worden.

1 Makkabeeën 2:61
En overdenkt zo van geslacht tot geslacht, en dat al degenen die op hem hopen, niet zullen verzwakt worden.

1 Makkabeeën 2:62
En vreest niet voor de woorden des zondigen mans, want zijn heerlijkheid zal tot drek en wormen worden.

1 Makkabeeën 2:63
Heden zal hij verhoogd worden en morgen zal hij niet gevonden worden, want hij zal wederkeren tot stof, en zijn overleggingen zullen vergaan.

1 Makkabeeën 2:64
En gij, mijn kinderen, wordt gesterkt, en houdt u als mannen in de wet, want gij zult in deze verheerlijkt worden.

1 Makkabeeën 3:14
Ik zal mijzelf een naam maken, en zal verheerlijkt worden in het koninkrijk, en ik zal bestrijden Judas, en die met hem zijn, en die het woord des konings verachten.

1 Makkabeeën 3:18
En Judas zeide: Het is licht dat velen besloten worden in de handen van weinigen, en daar is geen onderscheid voor de hemel, te behouden door velen of door weinigen.

1 Makkabeeën 4:31
Besluit dit leger in de hand van uw volk Israël, en laat hen beschaamd worden in hun macht en paarden.

1 Makkabeeën 4:32
Geef hun versaagdheid, en doe de stoutheid van hun sterkte smelten, en laat hen bewogen worden door hun vermorzeling.

1 Makkabeeën 4:59
En Judas met zijn broeders, en de ganse vergadering van Israël, bepaalden dat de dagen der inwijding van het altaar, op hun tijden, jaar na jaar, acht dagen lang, van de vijfentwintigste dag der maand Chasleu, zouden gehouden worden met vreugde en blijdschap.

1 Makkabeeën 7:37
Here, gij hebt dit huis uitverkoren, dat uw naam daarin zou aangeroepen worden, en dat het uw volk zou zijn een huis des gebeds en der smeking;

1 Makkabeeën 7:49
En zij bepaalden dat die dag alle jaren zo zou gehouden worden, de dertiende van de maand Adar.

1 Makkabeeën 8:20
Judas Makkabeüs en zijn broeders en de menigte der Joden hebben ons tot u gezonden, opdat wij met ulieden gemeenschap van wapenen zouden maken, en vrede, en dat wij opgeschreven mogen worden onder uw medestrijders en vrienden.

1 Makkabeeën 8:28
En die met hen strijden zal niets gegeven worden, noch proviand, noch wapenen, noch geld, noch schepen; zo heeft het de stad Rome goed gedacht, en zij zullen deze artikelen onderhouden, en dat zonder bedrog.

1 Makkabeeën 9:46
Roept dan nu tot God in de hemel, dat gij uit de handen der vijanden moogt behouden worden.

1 Makkabeeën 9:54
En in het honderdendrieënvijftigste jaar, in de tweede maand, gebood Alcimus dat de muur van de binnenste voorhof des heiligdoms zou afgebroken worden, en hij verbrak de werken der profeten, en hij begon het te verbreken.

1 Makkabeeën 9:70
En Jonathan dit verstaande, zond tot hem gezanten, om met hem vrede te maken, en dat de gevangenen hun mochten vrij gegeven worden.

1 Makkabeeën 10:20
En nu wij stellen u op deze dag tot hogepriester van uw volk, en om een vriend van de koning genoemd te worden, en hij zond hem een purperen kleed, en een gouden kroon, zeggende: Dat gij het met ons houdt, en dat gij met ons vriendschap onderhoudt.

1 Makkabeeën 10:33
En alle ziel der Joden, die uit het land Juda gevangen zijn in mijn ganse koninkrijk, laat ik vrij om niet, en allen zullen de schattingen kwijtgescholden worden, ook van hun beesten.

1 Makkabeeën 10:36
En uit de Joden zullen tot de krijgslieden des konings aangeschreven worden tot dertigduizend man; en men zal hun gaven geven, gelijk betaamt de krijgslieden des konings. En uit hen zullen gesteld worden enigen in de grote sterkten des konings;

1 Makkabeeën 10:37
En uit dezen zullen ook gesteld worden over de zaak des koninkrijks, waar trouw in gelegen is; en die over dezelve zijn en hun oversten zullen uit dezelve gesteld worden, en zij zullen wandelen naar hun wetten, gelijk ook de koning bepaald heeft in het land Juda.

1 Makkabeeën 10:38
En aangaande de drie streken, die van het land van Samarië aan Judea gevoegd zijn, zullen aan Judea gevoegd blijven, dat zij gerekend worden onder één te zijn, om geens anderen macht onderworpen te zijn, dan van de hogepriester.

1 Makkabeeën 10:39
De stad Ptolomaïs, en het land daartoe behorende, schenk ik aan het heiligdom te Jeruzalem, tot de onkosten, die aan het heiligdom moeten gedaan worden.

1 Makkabeeën 10:42
En boven deze, de vijfduizend sikkelen zilver, die zij ontvingen uit de inkomsten, gelijk in de eerste jaren van de jaarlijkse rekeningen des heiligdoms, die worden ook kwijtgescholden, omdat ze de priesters toebehoren, die de dienst doen.

1 Makkabeeën 10:43
En allen, die in de tempel te Jeruzalem zullen vluchten, en die in al de landpalen daarvan het recht des konings, of enige andere zaken, schuldig zijn, zullen losgelaten worden; en al wat zij in mijn koninkrijk hebben.

1 Makkabeeën 10:44
En tot het opbouwen en vernieuwen van de werken des heiligdoms zullen de kosten gegeven worden uit de rekening van de koning.

1 Makkabeeën 10:45
Ook om de muren van Jeruzalem op te bouwen, en rondom sterk te maken, zullen de kosten gegeven worden uit de rekening des konings; en ook tot het opbouwen van de muren, die in Judea zijn.

1 Makkabeeën 10:89
En hij zond hem een gouden gesp, gelijk de gewoonte is, dat de bloedvrienden der koningen gegeven worden, en hij gaf hem de stad Accaron met al haar landpalen tot een erfgift.

1 Makkabeeën 11:35
En geen ding van deze alle zal van nu aan tot enige tijd teniet gedaan worden.

1 Makkabeeën 11:36
Zo bezorg dan nu dat een afschrift van deze alle gemaakt worde, en laat het aan Jonathan geven, en gesteld worden op de heilige berg in een bekwame en vermaarde plaats.

1 Makkabeeën 12:10
Zo hebben wij nochtans ons onderwonden aan u te zenden, om de broederschap en vriendschap, die wij met u hebben, weder te vernieuwen, opdat wij van u niet zouden vervreemd worden; want daar is een lange tijd tussen gekomen, sedert gij aan ons hebt gezonden.

1 Makkabeeën 13:29
En bij deze maakte hij enige instrumenten, rondom stellende enige grote pilaren, en hij maakte op de pilaren allerlei soort van wapenen, tot een eeuwige naam; en bij deze wapenen schepen ingehouwen, om gezien te worden door allen, die op de zee varen.

1 Makkabeeën 13:40
En zo er enigen onder u zijn bekwaam om onder ons volk opgeschreven te worden, dat zij opgeschreven wordene, en laat tussen ons vrede zijn.

1 Makkabeeën 13:52
En hij stelde in, dat die dag jaarlijks met verheuging zou gevierd worden.

1 Makkabeeën 14:29
Dat Simon, de zoon van Mattathias, van de kinderen van Jarib, en zijn broeders, zichzelf hebben begeven in bezwaar, en de vijanden van hun volk hebben tegen gestaan, opdat hun heiligdom en de wet zouden staande gehouden worden, en dat zij hun volk met zeer grote eer hebben verheerlijkt.

1 Makkabeeën 14:42
Dat hij hun veldoverste zou zijn, en dat hij zorg zou dragen dat door hem gesteld zouden worden, die in het heiligdom hun dienst zouden doen, en dat bij hem gesteld zouden worden die over het land en over de wapenen en over de sterkten opzicht zouden hebben.

1 Makkabeeën 14:43
Dat bij ook zou verzorgen hetgeen het heiligdom aangaat, en dat hij door allen zou gehoorzaamd wezen, en dat alle handschriften in het land op zijn naam zouden geschreven worden, en dat hij een purperen kleed zou mogen aandoen, en dat hij goud zou mogen dragen.

1 Makkabeeën 14:44
En niemand van het volk en uit de priesters zal geoorloofd zijn iets van deze teniet te doen, of tegen te spreken hetgeen van hem zal worden gezegd, of enige vergadering in het land te vergaderen zonder hem, of versierd te worden met een purperen kleed en met een gouden gesp.

1 Makkabeeën 14:48
En zij geboden dat dit schrift zou worden gesteld in koperen platen, en dat men die zou zetten in de omgang van het heiligdom, in een aanzienlijke plaats.

1 Makkabeeën 14:49
En dat het afschrift gelegd zou worden in de schatkist, opdat Simon en zijn zonen dat zouden mogen hebben.

1 Makkabeeën 15:9
En als wij ons koninkrijk zullen bevestigd hebben, zo zullen wij u, en uw volk, en de tempel, verheerlijken met grote heerlijkheid, zodat uw heerlijkheid openbaar zal worden in alle landen.

2 Makkabeeën 1:27
Vergader weder onze verstrooiing; maak vrij die onder de heidenen dienen; zie aan degenen, die als niets geacht zijn, en als een gruwel gehouden worden; en laat de heidenen bekennen dat gij onze God zijt.

2 Makkabeeën 2:1
Daar wordt in de schriften gevonden, dat de profeet Jeremia degenen, die weggevoerd werden, geboden heeft van het vuur te nemen, gelijk verklaard is, en gelijk de profeet degenen, die weggevoerd zouden worden, bevolen had;

2 Makkabeeën 2:8
En dat de Here dan deze dingen zou tonen, en de heerlijkheid des Heren, en de wolk gezien zou worden, gelijk die ook aan Mozes is geopenbaard, en gelijk Salomo gebeden heeft dat deze plaats grotelijks zou worden geheiligd.

2 Makkabeeën 2:11
En hoe Mozes zeide: Opdat de offerande voor de zonde niet zou gegeten worden, daarom is zij verteerd.

2 Makkabeeën 2:13
En deze zelfde dingen worden verhaald in die schriften en in de aantekeningen van Nehemia; en hoe hij een bibliotheek aanleggende, bijeen heeft vergaderd de schriften van de koningen en profeten, en de schriften van David, en de brieven der koningen aangaande de heilige geschenken.

2 Makkabeeën 3:13
Doch Heliodorus, om de bevelen, die hij van de koning had, zeide, dat dit geld immers in des konings schatkamer moest gebracht worden.

2 Makkabeeën 3:28
En hem, die tevoren met veel toeloop en al de hellebaardiers in de voorzeide schatkamer was ingegaan, droegen zij weg, zo gesteld, dat hij met de wapenen niet kon geholpen worden, en openlijk de heerschappij Gods bekende.

2 Makkabeeën 3:37
En als de koning Heliodorus vraagde, wie bekwaam zou zijn om nog eens naar Jeruzalem gezonden te worden, zeide hij:

2 Makkabeeën 4:6
Want hij zag dat het onmogelijk was, dat zonder des konings voorzorg de zaken tot vrede zouden kunnen gebracht worden, en dat Simon niet zou ophouden van zijn razernij.

2 Makkabeeën 4:9
En daarenboven beloofde hij ook nog andere honderdenvijftig talenten te zullen aanschrijven, indien hem zou toegelaten worden, dat hij door zijn macht zichzelf een school en een oefenperk der jeugd zou mogen oprichten, en dat hij die van Jeruzalem zou mogen opschrijven onder de burgers van Antiochië.

2 Makkabeeën 4:19
Zond deze goddeloze Jason toeschouwers van Jeruzalem, alsof zij van Antiochië waren, medebrengende driehonderd drachmen zilver tot een offerande van de afgod Herkules; waarvan die ze brachten nochtans baden, dat ze tot die offerande niet zouden gebruikt worden.

2 Makkabeeën 5:9
En hij, die velen uit hun vaderland in ballingschap verdreven had, is in ballingschap omgekomen, tot de Lacedemoniërs getrokken zijnde, alsof hij bij hen om der maagschap wil in bescherming zou worden genomen.

2 Makkabeeën 6:9
En dat al degenen, die niet zouden willen verkiezen tot deze Griekse wijzen over te gaan, zouden gedood worden; men kon daaraan zien de tegenwoordige ellende.

2 Makkabeeën 6:12
Ik bid dan degenen, die dit boek zullen lezen, dat zij niet ontsteld worden over deze ellendigheden, maar dat zij willen achten, dat deze straffen niet zijn tot verderf, maar tot kastijding van ons geslacht.

2 Makkabeeën 6:22
Opdat hij, zulks doende, van de dood zou vrijgelaten worden, en opdat hij, om de oude vriendschap met hen, genade zou mogen verkrijgen.

2 Makkabeeën 6:25
Zij ook door mijn veinzen, en door deze kleine en snel vergaande levenstijd, door mij zouden verleid worden; en ik zo een vloek en een schandvlek op mijn ouderdom zou halen.

2 Makkabeeën 6:26
Want indien ik voor het tegenwoordige zou verlost worden van de straf der mensen, zo zou ik nochtans niet ontvlieden, noch levende noch stervende, de handen van de Almachtige.

2 Makkabeeën 6:30
En als hij nu door de slagen sterven zou, zeide hij al zuchtende: Aan de Here, die een heilige wetenschap heeft, is bekend dat ik, kunnende van de dood bevrijd worden, zware pijnen in mijn lichaam verdrage, gegeseld zijnde, en dat ik naar de ziel dit gewillig lijde, om zijner vreze wil.

2 Makkabeeën 7:6
Sprekende aldus: God de Here ziet het aan, en zal in de waarheid over ons vertroost worden; gelijk Mozes in zijn lied, hetwelk hij tegen hen in het aangezicht heeft betuigd, verklaart, zeggende: en over zijn dienstknechten zal hij vertroost worden.

2 Makkabeeën 7:14
En als hij sterven zou, sprak hij aldus: Het is beter de hoop, die van mensen is, te verwisselen, en de hoop die van God is te verwachten, om van hem weder opgewekt te worden, doch voor u zal geen opstanding ten leven zijn.

2 Makkabeeën 7:33
Indien onze Here, die daar leeft, om der tuchtiging en kastijding wil, een korte tijd toornig is, bij zal nochtans weer met zijn dienstknechten verzoend worden.

2 Makkabeeën 8:3
En dat hij zich erbarmen wilde over de stad die nu verdorven was, en tot de aarde toe geslecht zou worden, en dat hij al het bloed, dat tot hem riep, zou willen verhoren;

2 Makkabeeën 8:20
En de slag, die in Babylonië tegen de Galaten gedaan was, hoe dat allen die tot noodweer gekomen waren, maar achtduizend waren, met vierduizend Macedoniërs, en als de Macedoniërs begonnen twijfelmoedig te worden, dat die achtduizend honderdtwintigduizend hebben omgebracht door de hulp die hun van de hemel geschiedde, en dat zij groot voordeel verkregen.

2 Makkabeeën 8:36
En hij, die aangenomen had de Romeinen de schatting te betalen uit de gevangenen, die hij te Jeruzalem zou krijgen, verkondigde dat de Joden God tot een voorvechter hadden; en dat op deze wijze de Joden niet kunnen gewond worden, omdat zij navolgen de wetten die door hem geordineerd zijn.

2 Makkabeeën 9:24
Opdat zo daar iets, buiten verwachting zou mogen gebeuren, of ook enige zwarigheid mocht geboodschapt worden, de inwoners van het land mochten weten, wie de zaken van het rijk gelaten zijn, en zij niet ontroerd worden.

2 Makkabeeën 10:4
Dit gedaan hebbende, baden zij de Here, op hun buik nedervallende, dat zij niet weder mochten vallen in zodanige zwarigheden, maar indien zij ook te eniger tijd kwamen te zondigen, dat zij door hem met goedertierenheid mochten worden gekastijd, en niet de godslasterlijke en barbaarse heidenen overgegeven worden.

2 Makkabeeën 10:7
Derhalve dragende ranken van wijngaarden en schone takken, en ook palmtakken, offerden zij lofzangen hem, die voorspoed had gegeven, dat deze zijn plaats zou gereinigd worden.

2 Makkabeeën 10:8
En maakten een besluit, door een algemeen gebod en toestemming voor het ganse volk der Joden, dat deze dagen alle jaren zouden gevierd worden.

2 Makkabeeën 11:14
En verzekerde hun, dat hij op alle billijke voorwaarden met hen wilde handelen, en dat hij daarom ook de koning zou bewegen, ja noodzaken hun vriend te worden.

2 Makkabeeën 11:18
Zo heb ik dan al hetgeen, dat aan de koning moest gebracht worden, hem verklaard, die al wat behoorlijk was toegestaan heeft.

2 Makkabeeën 11:25
Zo is het, dat wij goedgevonden hebben dat dit volk ook buiten de beroerte zal zijn, en bevelen, dat hun de tempel zal worden wedergegeven, en dat zij voortaan wandelen mogen naar de gebruiken hunner voorouders.

2 Makkabeeën 11:30
Degenen dan, die tot ons afgekomen zijn tot de dertigste dag der maand van Xanthicus, zal de rechterhand gegeven worden met alle verzekerdheid.

2 Makkabeeën 11:31
Dat de Joden gebruiken mogen hun eigen spijzen en wetten, gelijk als van tevoren, en dat niemand hunner op enigerlei wijze moeite zal aangedaan worden, om van hetgeen onvoorzichtig zou mogen gedaan zijn.

2 Makkabeeën 12:42
En tot het gebed gekeerd zijnde, baden zij dat de zonde, die daar begaan was, volkomen mocht uitgewist worden; en de kloekhartige Judas vermaande de menigte, dat zij zich wilden bewaren, dat zij zonder zonde mochten zijn, als die voor hun ogen hadden gezien hetgeen geschied was, om der zonden wil dergenen, die gevallen waren.

2 Makkabeeën 12:46
Een heilige en godzalige gedachte! Waarom hij voor de gestorvenen de verzoening deed, opdat zij van de zonden zouden ontslagen worden.

2 Makkabeeën 13:3
En bij dezen voegde zich ook Menelaüs, die Antiochus met veel schimpen vermaande, niet om het welvaren van het vaderland, maar omdat hij meende, dat hij in het oppergezag zou gesteld worden.

2 Makkabeeën 13:4
Maar de Koning der koningen verwekte het gemoed van Antiochus tegen deze booswicht, en als Lysias betoonde dat hij oorzaak was van al dit kwaad, zo gebood hij dat men hem zou brengen naar Berea, om daar omgebracht te worden, gelijk het gebruikelijk was in die plaats.

2 Makkabeeën 14:6
Zeide daarop: Die onder de Joden genoemd worden de Asideeën, van wie Judas Makkabeüs de overste is, die voeren gedurig oorlogen en verwekken oproeren, en laten niet toe dat het koninkrijk een goede stand verkrijgt.

2 Makkabeeën 14:10
Want zo lang als Judas zal leven, is het onmogelijk dat de zaken tot vrede gebracht worden.

2 Makkabeeën 15:24
Dat door de grootte van uw arm mogen geslagen worden degenen, die met godslastering gekomen zijn tegen uw heilig volk. En met deze woorden heeft hij opgehouden te bidden.

3 Makkabeeën 2:2
O Here, Here, o Koning der hemelen en Heerser aller schepselen, gij Heilige in het heiligdom, gij enige Heerser, gij Almachtige zie ons aan, die verdrukt worden door een onheilig en goddeloos mens, die zichzelf in stoutheid en sterkte verhovaardigt.

3 Makkabeeën 2:11
Maar nu, o heilige Koning, zie wij worden vanwege onze vele grote zonden onderdrukt, en wij zijn onze vijanden onderworpen, en worden in onze machteloosheid door u voorbijgegaan.

3 Makkabeeën 2:14
Wreek ons niet door de onreinheid van deze mensen, en straf ons niet door hun onheiligheid, opdat de ongerechtigen in hun gemoed niet roemen, noch in hunner tongen hoogmoed vrolijk zijn, zeggende: Wij hebben het huis van het heiligdom met voeten getreden, gelijk de huizen der gruwelen vertreden worden.

3 Makkabeeën 2:20
En hij nam voor openlijk dit volk smaadheid aan te doen; in een toren bij het hof liet hij een pilaar oprichten en dit schrift insnijden, dat niemand onder hen die niet offerde, in hun tempels zou ingaan, maar dat al de Joden, onder het volk beschreven, tot een slaafse staat weggevoerd zouden worden; en zo wie zou mogen tegenspreken, dat men die met geweld zou aantasten, en van het leven beroven.

3 Makkabeeën 2:23
Sommigen nu, die in de stad de trappen der godzalige stad haatten, gaven zich licht over, alsof zij enige grote eer zouden deelachtig worden, om de gemeenschap, die zij zouden hebben met de koning.

3 Makkabeeën 3:19
Want als deze allen tegelijk gestraft zullen zijn, zo achten wij, dat in toekomende tijden, voor ons de zaken des rijks in een goede stand en zeer goede orde volmaakt gesteld zullen worden.

3 Makkabeeën 3:20
En zo wie iemand van de Joden beschermen zal, van de oudste tot de jongste, ja tot de zuigende toe, die zal met zijn ganse huisgezin met de schandelijkste folteringen gepijnigd worden.

3 Makkabeeën 3:21
En wie zulks zal willen aanbrengen, die zal daarvoor ontvangen het goed desgenen, die in deze straf valt, en nog uit des konings schatkamer tweeduizend drachmen zilver, ja hij zal ook met vrijheid gekroond worden.

3 Makkabeeën 4:8
En zij werden gedreven als beesten, getrokken en gedwongen met ijzeren banden; sommigen werden met de halzen aan de boorden der schepen gespijkerd, en sommigen met vaste boeien aan de benen verzekerd; en daarenboven werd een dicht luik boven het hoofd gelegd, opdat hun ogen alleszins zouden verblind worden, en zij in de ganse scheepvaart het geleide van deze moordenaars zouden uitstaan.

3 Makkabeeën 5:3
Daarenboven gingen tegen de avond de dienaars uit, en bonden de handen der ellendige Joden, en bedachten voorts wat te doen was om hen te verzekeren, menende dat dit geslacht tegelijk des morgens een einde zou nemen en uitgeroeid worden.

3 Makkabeeën 5:21
Zo vele ouders, of kindskinderen als er bij mij komen zullen, die zullen zichzelf voor de wrede beesten tot een overvloedige spijs bereid hebben, en slaan inplaats van de onschuldige Joden, die hun gestadige en standvastige trouw aan mij, en mijn voorouders, uitnemend bewezen hebben; hoewel (indien ik het niet liet om de liefde van dat wij tezamen opgevoed zijn, en om uw dienst) gij Hermon in hun plaats van uw leven nul behoort beroofd te worden.

3 Makkabeeën 5:26
Waarom de stad door het verwijlen in oproer is, en vol van samenscholing, zodat zij dikwijls in gevaar is geweest van geplunderd te worden.

3 Makkabeeën 6:11
Ontferm u onzer, wij die door het goddelozen, alsof wij verraders waren, worden.