woord OT NT apo Bijbel
wraak3763780

Vindplaatsen van wraak in de Apocriefe geschriften. Het woord komt er 37 keer voor, in 36 verzen.

Judith 2:1
EN in het achttiende jaar, op de tweeëntwintigste dag der eerste maand, werd er gesproken in het huis van Nabuchodonosor, de koning der Assyriërs, van wraak te oefenen over het ganse land, gelijk hij gezegd had.

Judith 6:5
En gij Achior, gij huurling der Ammonieten, die deze woorden gesproken hebt, in de dag uwer ongerechtigheid, gij zult mijn aangezicht niet meer zien, van deze dag aan, totdat ik wraak zal gedaan hebben over dat geslacht dergenen, die uit Egypte gekomen zijn, en dan zal het zwaard mijns heerlegers, en het volk mijner dienstknechten tussen uw zijden gaan, en gij zult vallen onder hun gekwetsten, als ik tot u zal wedergekeerd zijn.

Judith 8:30
En Ozias en de oversten zeiden tot haar: Ga in vrede, en de Here God ga voor u tot wraak over onze vijanden. En zij keerden weder uit haar tent, en gingen heen naar hun bestemde krijgsordeningen.

Judith 9:2
Here, gij God mijns vaders Simeon, die het zwaard in zijn hand gegeven hebt tot wraak over de vreemden, die de schoot der maagd geopend hadden tot onreinheid, en de dij ontbloot hadden tot schaamte, en de schoot bevlekt hadden tot schande, (want gij hadt gezegd, het zal zo niet zijn) en die dat gedaan hadden, waarom gij hun oversten hebt gegeven om gedood te worden, en hun leger, hetwelk hun bedrog gekend had, tot bloed, en hebt de knechten geslagen met de geweldigen, en de geweldigen op hun tronen.

Judith 11:8
Want over ons geslacht wordt geen wraak genomen, en het zwaard overweldigt het niet, tenzij dat zij tegen hun God gezondigd hebben.

Judith 16:20
Wee de volken, die tegen mijn geslacht opstaan, de Here, de almachtige, zal over hen wraak doen, in de dag des gerichts.

Boek der Wijsheid 1:8
Daarom zal niemand voor hem kunnen schuilen die spreekt wat onrecht is, en de straffende wraak zal hem niet voorbijgaan.

Boek der Wijsheid 5:18
Hij zal zijn ijver nemen tot een gehele wapenrusting, en zijn schepselen wapenen tot wraak tegen de vijanden.

Boek der Wijsheid 11:3
Zij stelden zich tegen degenen die hen beoorloogden, en oefenden wraak aan hun vijanden.

Boek der Wijsheid 11:16
En in plaats van de onverstandige overleggingen hunner ongerechtigheid, waardoor zij, verleid zijnde, onvernuftige kruipende dieren en verachtelijke beesten eerden, hebt gij hun een menigte der onvernuftige dieren tot wraak toegezonden.

Boek der Wijsheid 11:21
Ja, zij hadden ook zonder deze dingen door een enig aanblazen kunnen vallen, vervolgd zijnde door de wraak, en verstrooid door de geest uwer kracht, als door een wan, maar gij hebt alle dingen geordineerd bij maat, en getal, en gewicht.

Boek der Wijsheid 14:31
Want niet de kracht dergene bij welke men zweert, maar de wraak dergenen die zondigen, komt altijd over de overtreding der onrechtvaardigen.

Jezus Sirach 5:9
Want de toorn des Heren zal schielijk uitvaren, en als gij onbezorgd zult zijn zult gij vermorzeld worden, en in de tijd der wraak verderven.

Jezus Sirach 7:17
Verneder uw ziel zeer, want de wraak des goddelozen zal vuur en worm zijn.

Jezus Sirach 12:6
Want ook de Allerhoogste haat de zondaars, en de godvrezende zal hij wreken, maar genen bewaart hij tot de krachtige dag der wraak. Geef degene die vroom is, en neem u de zondaar niet aan.

Jezus Sirach 18:24
Gedenk aan de gramschap die komen zal in de dagen van de dood, en aan de tijd der wraak, als de Here zijn aangezicht zal afkeren.

Jezus Sirach 25:18
Alle inval, doch niet de inval dergenen die haten, en alle wraak, doch niet de wraak der vijanden.

Jezus Sirach 27:29
De hovaardigen bespotten en verwijten, en de wraak loert op hen gelijk een leeuw.

Jezus Sirach 28:1
WIE zichzelf wreekt, die zal van de Here wraak vinden, en hij zal zijn zonden zeker bewaren.

Jezus Sirach 35:20
Ja, hij zal de volken wraak vergelden, totdat hij de menigte der smaders zal weggenomen, en de scepters der onrecht vaardigen verbroken zal hebben.

Jezus Sirach 39:32
Daar zijn de geesten die tot wraak geschapen zijn, en door hun gramschap bevestigt God hun geselen, als de tijd voleindigd is, dan gieten zij hun sterkte uit, en stillen de gramschap desgenen die ze gemaakt heeft.

Jezus Sirach 39:33
Het vuur en de zee, en de honger, en de dood; al deze dingen zijn tot wraak geschapen.

Jezus Sirach 39:34
De tanden der wilde dieren, en de schorpioenen, en adders, en het zwaard doende wraak aan de goddelozen tot hun verderf.

Jezus Sirach 46:2
Welke groot werd, volgens zijn naam, in de verlossing zijner uitverkorenen; om wraak te doen aan de vijanden die tegen hen opstonden, en om Israël te brengen tot de bezitting van zijn erfdeel.

Jezus Sirach 47:28
Dat zij afvallig werden van het land, totdat de toorn en wraak over hen zouden komen.

Jezus Sirach 48:7
Gij, die op Sinaï gehoord hebt de bestraffing des Heren, en op Horeb de oordelen der wraak.

Esther (apocr.) 16:4
En nemen niet alleen de dankbaarheid uit de mensen weg, maar ook door de pracht der ongewone goederen zich verheffende, menen zij de wraak van God, die het kwade haat en altijd alles doorziet, te ontvlieden.

1 Makkabeeën 2:67
En gij zult tot u brengen allen die de wet doen, en zult de wraak uws volks uitvoeren.

1 Makkabeeën 3:15
En hij voer voort, en met hem trok op een sterk leger van goddelozen, om hem te helpen, dat hij wraak zou nemen over de kinderen Israëls.

1 Makkabeeën 7:9
En hij zond dezen; en meteen de goddeloze Alcimus, en hij gaf hem het hogepriesterschap, en hij gebood hem wraak te doen over de kinderen Israëls.

1 Makkabeeën 7:24
Trok uit in al de landpalen van Judea rondom, en deed wraak over al de mannen, die overgelopen waren, en zij werden tegengehouden, dat zij in het land niet mochten komen.

1 Makkabeeën 7:38
Doe toch wraak over deze mens, en over zijn leger, en laat hen door het zwaard vallen. Gedenk aan hun lasteringen, en geef hun geen verblijf te hebben.

1 Makkabeeën 9:42
En zij deden alzo wraak over het bloed van hun broeder, en keerden weder aan de kant van de Jordaan.

1 Makkabeeën 13:6
Maar ik zal wraak doen voor mijn volk, en voor het heiligdom, en voor uw vrouwen en kinderen; daar al de heidenen tezamen gekomen zijn om ons vanwege de vijandschap te vermorzelen.

2 Makkabeeën 6:15
Zo heeft hij ook goedgevonden tegen ons te zijn; opdat niet, wanneer onze zonden tot het einde gekomen zijn, hij ten laatste wraak over ons doe.

3 Makkabeeën 7:7
Want gij zult weten, is het dat wij tegen hen iets kwaads zullen bedenken of hen enigszins zullen bedroeven, dat wij niet een mens, maar de hoogste God, de heerser aller mogendheid, alle tijd in alles onvermijdelijk tot onze wederpartij zullen hebben, tot wraak van zulk een doen. Vaartwel.