De eerste algemene brief van de apostel Johannes


1 Johannes is een brief zonder enkele typische brief-elementen: aanhef en slotgroet ontbreken. Het is onzeker of de brief door de apostel zelf is geschreven; sommigen houden het op een andere Johannes. De traditie wil dat de apostel deze brief op hoge leeftijd schreef, in Efeze. Omdat de stijl veel overeenkomsten vertoont met die van het evangelie van Johannes, wordt vaak aangenomen dat ze door dezelfde persoon zijn geschreven.

De schrijver lijkt zich vooral zorgen te maken over 'valse profeten'. Dergelijke lieden, die ontkennen dat Jezus mens is geweest, worden in 4:3 antichist genoemd. Algemeen wordt aangenomen dat het middendeel van de verzen 7 en 8 in hoofdstuk 5 later is ingevoegd om het bestaan van de heilige Drie-eenheid te benadrukken.

In 1 Johannes 2:15-17 wordt de lezer opgeroepen zich niet bezig te houden met wereldse zaken: Want al wat in de wereld is [..] is niet uit den Vader. Over wat dan die wereldse zaken zijn, bestaat ook nu nog veel discussie onder schriftuitleggers: valt bijvoorbeeld sport onder "begeerlijkheid des vleses"?