De eerste brief van de apostel Paulus aan Timotheüs


De eerste en tweede brieven van Paulus aan Timotheüs en de brief aan Titus worden pastorale brieven genoemd, omdat ze allerlei handreikingen geven voor pastoraal werk: het leiden van een gemeente. In tegenstelling tot de andere brieven van Paulus zijn ze gericht aan een persoon en niet aan een gemeente.

De echtheid van de pastorale brieven is betwist. Sommigen stellen dat stijl en inhoud dermate afwijken van Paulus' andere brieven dat ze door iemand anders geschreven moeten zijn. Anderen brengen daar tegenin dat ze wellicht op latere leeftijd zijn geschreven, of door een medewerker zijn opgetekend. Weer anderen denken dat ze zin samengesteld uit fragmenten van allerlei andere geschriften.

Timotheüs was Paulus' belangrijkste medewerker. Hij was de zoon van een joodse vrouw en een Griekse vader (Hand. 16:1), afkomstig uit Lystra. Paulus hoorde goede berichten over hem, en koos hem daarom uit als reis- en missiegenoot. Als Paulus zelf ergens niet heen kon, bijvoorbeeld omdat hij in de gevangenis zat, stuurde hij dikwijls Timotheüs als zijn plaatsvervanger. Zo ging Timotheüs naar Thessalonica, Korinthe en Filippi.

In de eerste brief aan Timotheüs wordt deze opgeroepen zich verre te houden van dwalingen. Er is maar een juiste leer, en dat is die van Paulus. Verder herderlijke tips voor de omgang met gemeenteleden, weduwen (hoofdstuk 5) en ouderlingen.