
Rembrandt Harmensz. van Rijn 1606 – 1669
olieverf op doek (130 × 164 cm) — 1655 - 1660
Mauritshuis, Den Haag
David heeft zojuist de Filistijnen verslagen en is teruggekeerd aan het hof van Saul. Deze toch al achterdochtige koning ziet zijn positie aangetast door de populaire David; hij overpeinst hier wat te doen om van hem af te komen. Tegelijk wordt hij ontroerd door het harpspel: hij droogt zijn tranen aan zijn mantel.
Terwijl David de harp bespeelt, bedenkt Saul met een spies in zijn hand dat het onmogelijk is hem te doden: het volk zou zeker in opstand komen. Saul besluit daarop David tot 'overste van duizend' te benoemen, in de hoop dat de kersverse legeraanvoerder in handen van de vijand zal vallen.
Rembrandt schilderde deze scène eerder, in 1630. Dit werk is aanzienlijk melancholieker en daarmee aangrijpender dan het oudere schilderij. De oude, lijdende koning is zichtbaar geroerd door het snarenspel van de geheel in de muziek opgaande David.
biografie Rembrandt Harmensz. van Rijn
Dit werk is gekoppeld aan 1 Samuël 18:10