De eerste brief van de apostel Paulus aan de Thessalonicensen


In de eerste eeuw was Thessalonica, het huidige Thessaloniki, de hoofdstad van de Romeinse provincie Macedoniƫ, tegenwoordig het noorden van Griekenland. Paulus had er op zijn tweede zendingsreis een christelijke gemeente gesticht.

In deze eerste brief looft Paulus de gemeente voor haar geloofsijver en benadrukt hij zijn onzelfzuchtige bedoelingen. Van zijn collega-zendeling TimotheĆ¼s heeft hij gehoord dat het de gemeente goed gaat. In hoofdstuk 4 beantwoordt hij een vraag uit de gemeente over het hiernamaals: volgens Paulus wacht de overledenen het eeuwige leven. In het laatste hoofdstuk stelt de apostel dat de gemeente waakzaam moet zijn omdat de "dag des Heeren" elk moment kan komen, als een dief in de nacht.

De brief is de oudste brief van Paulus, vermoedelijk geschreven rond het jaar 50-52. Het is daarmee tevens het oudste geschrift in het Nieuwe Testament. De tweede brief aan de Thessalonicensen is waarschijnlijk aanzienlijk later geschreven.