Woordenlijst

Betekenis van allerlei termen die betrekking hebben op de bijbel.

aartsvaders
De eerste stamvaders van het IsraŽlische volk: Abraham, Isaak en Jakob. Soms wordt ook Noach als aartsvader gezien, en ook voor David is die titel wel eens gebruikt.
annunciatie
Aankondiging, meer specifiek de boodschap van de aartsengel GabriŽl aan Maria dat ze over enige tijd een bijzonder kind ter wereld zou brengen. Het moment is vaak uitgebeeld in de schilderkunst, bijvoorbeeld door Fra Angelico, Simone Martini, Il Tintoretto, Leonardo da Vinci en Rogier Van der Weyden (zie verder hier). Een andere term voor de gebeurtenis is Maria-Boodschap.
apocrief
Niet als heilig erkend. Apocriefe geschriften vertellen weliswaar over de geschiedenis van het joodse volk en haar god, of over woord en daad van Jezus, maar worden door de zich daartoe bevoegd achtende instanties niet als canoniek erkend. Er bestaan tientallen apocriefe bijbelboeken, waarvan sommige met sommige bijbeledities worden meegeleverd. Het woord komt uit het Grieks en betekent 'verborgen'. meer informatie
Babylonische ballingschap
Sleutelperiode in de joodse geschiedenis. De Babylonische potentaat Nebukadnezar II veroverde in 586 v.C. het zuidelijke rijk Judea en verwoestte daarbij Jeruzalem, inclusief tempel. De joden werden afgevoerd naar Babylon. Sommigen, zoals DaniŽl, verwierven hoge posities aan het hof van de koning. Nadat in 539 de Perzen onder Cyrus de Grote Babylon veroverden, konden de joden gelijdelijk terugkeren en de tempel herbouwen. Veel belangrijke geschriften, waaronder bijbelboeken, ontstonden tijdens de ballingschap. Zie ook de tijdlijn.
bijbel
Afgeleid van het Griekse woord biblia (βιβλια), het meervoud van biblion, dat diverse betekenissen heeft: papyrus, papier, geschrift, boekrol, boek. Een bijbel is dus een verzameling boeken.
canoniek
Behorend tot de canon, de boeken die samen de Heilige Schrift vormen.
deuterocanoniek
Betekent zoiets als 'tweederangs canoniek' en betreft bijbelboeken waarvan de canoniciteit pas later door de katholieke Kerk werd erkend. Boeken die het meteen maakten noemt men protocanoniek. Hoewel de term vaak betrekking heeft op dezelfde boeken, is deuterocanoniek niet hetzelfde als apocrief.
evangelie
in enge zin elk van de vier boeken in het nieuwe testament waarin leven en leer van Jezus worden beschreven; in ruime zin die vier boeken samen. Het woord komt oorspronkelijk uit het Grieks en betekent 'goede boodschap'.
Geschriften
In de joodse bijbel een soort restcategorie voor de boeken die niet tot de Wet of de Profeten behoren: geschiedkundige werken, poŽtische boeken en het profetische boek DaniŽl.
getijdenboek
Boek voor leken met gebeden, handig ingedeeld per dag. In de rooms-katholieke Kerk zeer populair vanaf het eind van de 14e tot in de 16e eeuw. Sommige exemplaren waren zeer rijk geïllumineerd en daardoor zo duur dat ze alleen voor de rijkeren waren weggelegd.
historiebijbel
Een boekwerk waarin een aantal verhalen uit de bijbel vrij werden verteld, zonder al te veel te letten op kerkpolitieke correctheid. Populair tijdens de middeleeuwen.
Pentateuch
In de christelijke wereld aanduiding voor de vijf eerste boeken van het oude testament: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium. Quasi-Grieks voor 'vijf boeken'. Zie ook Thora.
profeet
Het woord komt uit het Grieks (προ-φήτης) en betekent ± 'iemand die namens een ander spreekt'. Het geeft aan dat profeten in de bijbel vooral boodschappers waren. Veel van de profetenboeken beginnen dan ook met een zin ŗ la Het woord des HEEREN, dat geschied is tot [naam profeet].
Profeten
Met een hoofdletter is dit de gangbare aanduiding voor de boeken over en door profeten, in het oude testament. Er wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen grote en kleine profeten. De grote zijn dan de boeken Jesaja, Jeremia (inclusief de Klaagliederen), EzechiŽl en DaniŽl. De boeken Hosea tot en met Maleachi vormen de kleine profeten.
Septuaginta
(Septuagint) Vertaling ontstaan tussen 250 en 100 v.C. van de joodse bijbel naar het Grieks. Het woord is een afkorting van interpretatio septuaginta virorum, 'overzetting door zeventig mannen'. Die naam voert terug op de legende dat zeventig vertalers onafhankelijk van elkaar tot eenzelfde resultaat kwamen. De Septuaginta omvatte ook de deuterocanieke geschriften.
Tenach
De joodse bijbel. Het woord wordt gevormd door de beginletters van de drie delen: Thora, Nebi'iem (Profeten) en Chetoebiem (Geschriften).
testament
Verbond, tussen de mensheid en God danwel Jezus. Eigenlijk betekent het woord 'getuigenis'. Omdat in de boeken van de joodse bijbel verbonden een centrale rol innamen, werden ze op een gegeven moment aangeduid met de term testamentum. Die verbonden waren gesloten via Noach (na de zondvloed) en Mozes (tijdens de tocht naar het beloofde land), en worden in het OT enkele malen hernieuwd. Bij het verbond in het NT is minder sprake van gelijkwaardige partners: het is meer een beschikking van Gods genade.
Ook: bijbeldeel.
textus receptus
Latijn voor 'de aanvaarde tekst'; aanduiding voor een uit diverse bronnen samengestelde versie van het Nieuwe Testament, in het Grieks. De textus receptus is in de loop der eeuwen ontstaan en vele malen herzien. Belangrijk is de bijdrage van Erasmus, die tussen 1516 en 1535 vijf edities publiceerde, gebaseerd op uitgebreid onderzoek van het destijds beschikbare bronmateriaal. De 'TR' vormde de basis voor het NT in ondermeer de Statenvertaling en de King James Version. Pas aan het eind van de 19e eeuw werd de tekst verdrongen als uitgangspunt voor protestantse vertalingen, door een tekst die recent gevonden handschriften gebruikte. De term textus receptus is in zekere zin een reclameterm, gebruikt in het voorwoord van een uitgave uit 1633, om de tekst te loven.
Thora
In het jodendom de aanduiding voor de vijf boeken die door Mozes geschreven zouden zijn: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium. Het woord betekent wet.
transfiguratie
Gedaanteverwisseling, in het bijzonder die van Jezus op de berg Tabor. Jezus krijgt er een goddelijke gedaante, wat gezien wordt als een aankondiging van zijn latere verrijzenis. Af en toe verbeeld in de schilderkunst.
Vulgata
(Vulgaat) Bijbelvertaling uit ca. 400, gemaakt door de kerkvader HiŽronymus. Het woord betekent ± algemeen, van het volk, gemeengoed. Deze vertaling werd in 1546 op het Concilie van Trente tot enige authentieke verklaard (hoewel er sinds 400 veel in was gewijzigd). Voor de katholieke Kerk bleef dit de gezaghebbende vertaling; een gemoderniseerde editie werd in 1979 in gebruik genomen.
Zondeval
De vertrouwensbreuk tussen de eerste mensen en God. Adam en Eva eten ondanks het verbod van de verboden vrucht. God straft ze met de verdrijving uit het paradijs en ontneemt ze hun onsterfelijkheid. Populair thema in de schilderkunst, zie hier enkele voorbeelden.