Over de Statenvertaling en deze site

De Statenvertaling

De eerste druk van de Statenvertaling verscheen in 1637. Het bijzondere van deze reformatorische bijbelvertaling is vooral dat zij direct uit de grondtalen Grieks en Hebreeuws vertaald werd — net als de vertaling van Luther (1522-1534) en de King James Version (1611) — en niet meer gebaseerd was op de Vulgata, de algemeen gebruikte Latijnse vertaling (382-405) van de heilige Hiëronymus. Eerdere Nederlandse bijbels waren vertalingen van vertalingen.

G.J. van der Vlis gaat in een artikel op deze site uitgebreid in op de geschiedenis van de Statenvertaling.

De Statenvertaling kwam tot stand na een besluit genomen tijdens een vergadering (synode) van de Gereformeerde Kerk, die in 1618-1619 in Dordrecht werd gehouden. De synode vond dat er eindelijk een goede, directe Nederlandse bijbelvertaling moest komen, wees hiertoe zes vertalers aan, en verzocht de Staten-Generaal de vertaling te bekostigen. Een dergelijk verzoek lag voor de hand: de scheiding tussen Kerk en Staat van tegenwoordig kende men toen nog niet. De Gereformeerde Kerk, de voorloper van de huidige Nederlandse Hervormde Kerk, was destijds de staatskerk. De Staten-Generaal gaven in 1626 het groene licht, wellicht pas toen omdat boekhandelaars nog grote voorraden in huis hadden van eerdere vertalingen.

De vertalers was opgedragen de vertaling zo nauw mogelijk aan te laten sluiten op de Griekse en Hebreeuwse bronteksten, omdat men ervan uitging dat Grieks en Hebreeuws de talen waren waarin God tot de mensen had gesproken. Op veel plekken is dat zó letterlijk gedaan dat de zinsbouw weinig Nederlands te noemen is; vandaar dat de taal van de Statenvertaling vaak als de 'Tale Kanaäns' wordt aangeduid. In moeilijke passages is voor ingewijden de invloed van de Vulgata zeer duidelijk merkbaar. Waar nodig dienden de vertalers hun keuzes in de kanttekeningen te verantwoorden.

De Statenbijbel heeft op de Nederlandse taal een vrij grote invloed uitgeoefend doordat deze bijbel al snel door kerken in het hele land gebruikt werd, en daardoor bijdroeg aan de vorming van een standaardtaal. Vernieuwende invloed op spelling en grammatica was er echter nauwelijks. Wel veel invloed hadden de woordkeuze (veel germanismen, overgenomen uit Duitse bijbelvertalingen) en de weergave van allerlei gezegden en uitdrukkingen. Af en toe werden stijlvormen gebruikt die hun ingang vonden in het algemene taalgebruik. Bekende voorbeelden zijn de Hebreeuwse genitiefvormen 'ijdelheid der ijdelheden' en 'het heilige der heiligheden': manieren om het toppunt van iets aan te geven. Literatuur hierover:

In 1762 verscheen voor het eerst een gemoderniseerde editie, waarin taal en spelling waren bijgewerkt.

De Statenvertaling werd meteen de gezaghebbende vertaling van het Nederlands protestantisme, en bleef dat totdat in 1951-1952 de Nieuwe Vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uitkwam. Hervormde gemeenten mochten zelf kiezen welke versie ze wilden gebruiken. De ware mannenbroeder ziet die Nieuwe Vertaling naar verluidt echter als een afwijking van het rechte pad ;-) en houdt het bij de Statenvertaling, liefst van voor 1762.

De Gereformeerde Bond werkt sinds 2000 aan een herziene versie van de Statenbijbel: een herziening van de Ravesteijn-editie uit 1657 (de editie uit 1637 bevatte veel zetfouten). De Bond wijst de Nieuwe Bijbelvertaling af; die NBV is een oecumenisch project dat in 2004 werd afgerond.

Meer over de betekenis van de Statenvertaling voor de ontwikkeling van de Nederlandse taal: vakgroep Nederlands, Universiteit Wenen, en C.G.N. de Vooys: Geschiedenis van de Nederlandse Taal. Informatie over de invloed van de Bijbel op onze cultuur: bijbel en cultuur.

Meer over de ontstaansgeschiedenis: in het genoemde artikel en bij de Koninklijke Bibliotheek.

Tekstverantwoording

De hier gebruikte tekst dateert — voorzover bekend — uit 1888, een herziene versie opgesteld door een commissie van vooral theologen. Die versie is door diverse uitgeverijen verspreid, eerst door Proost & Brandt, later door o.a. Jongbloed — vandaar de naam Jongbloed-editie. In latere jaren is de spelling aangepast aan de regels van de tijd, voor het laatst door de commissie-Tukker in 1977 (die editie wordt hier niet gebruikt).

Ook opgenomen zijn de apocriefen: geschriften die door de protestantse Kerken niet als heilig worden erkend (formeel dus geen deel zijn van de bijbel) maar wel gelezen mogen worden en ook fysiek deel uitmaakten van de Statenbijbel. Net als in de vertaling van Luther werden zij als aanhangsel opgenomen, met een afzonderlijke paginanummering.

De versie op deze site wijkt op een aantal punten af van de papieren editie:
· cursivering ontbreekt;
· tussenkopjes (perikopen) ontbreken;
· accenten ontbreken, behalve in de apocriefen.
Trema's zijn grotendeels wel aanwezig.

Deze site

Al vanaf het prille begin worden op deze site afbeeldingen getoond van schilderijen die geïnspireerd zijn door een verhaal uit de Bijbel. Doel van de site is kortweg vertellen waar die veelal overbekende kunstwerken over gaan. Dat gebeurt door te linken naar een relevante passage uit de Bijbel, en door iets te vertellen over schilder en schilderij.

Buiten het belang van de Bijbel voor het geloof van veel mensen, is het werk van zeer grote betekenis geweest voor de ontwikkeling van de Westerse cultuur, zowel in de ruime als in de enge zin van het woord. Voor mij is dat voldoende reden om de teksten ook op het internet toegankelijk te maken. Hoe u de tekst opvat, en of u het allemaal gelooft, is uw zaak. Vergeet echter niet dat elke letter door een mensenhand is opgeschreven.

Bronnen

Veel & divers. Zie de literatuurlijst.

Privacyverklaring

Lees hier welke gegevens zoal verzameld worden op deze website, en waarom.

Tot slot

Op verzoeken om de gehele Statenvertaling of delen ervan toe te sturen, kunnen we niet ingaan.