Een kleine bijbelse kunstgeschiedenis

In de islam en in het jodendom is het maken van decoratieve afbeeldingen van mensen niet toegestaan, laat staan het afbeelden van figuren uit de heilige geschriften. Mensen zijn immers de schepping van God, zo redeneert men, en het nabootsen van goddelijk werk zou neerkomen op godslastering.

In het christendom woedde over het afbeelden van mensen in de vroege middeleeuwen enkele malen een beeldenstrijd tussen de zgn. iconoclasten en de iconodoulen. De eersten waren bang voor aanbidding van beelden en wezen op het tweede van de tien geboden, dat het vervaardigen van afbeeldingen ronduit verbiedt. De iconodoulen vonden het maken en de verering van beelden van Jezus, heiligen en martelaren een aanvaardbaar onderdeel van de geloofsbelevenis. Uiteindelijk wonnen zij de strijd; de Byzantijnse keizerin Theodora begroef in 843 de strijdbijl definitief.

Michelangelo Buonarroti

De profeet Jeremia

De profeet Jeremia

schriftlink: Jeremia 1:1
[werk van Michelangelo Buonarroti]

Met de reformatie werd een nieuwe beeldenstrijd ingezet, waarbij vandalen flink tekeer gingen. Deze Beeldenstorm deed zich overal voor waar het protestantisme opkwam: 1522 Wittenberg, 1523 Zürich, 1530 Kopenhagen, 1534 Münster, 1535 Genève, 1537 Augsburg, 1559 Schotland, in 1566 in Frankrijk en de Nederlanden. De vernielzuchtige calvinisten (zelf vonden ze dat de beelden een gruwel in Gods ogen waren) hadden het vooral gemunt op de interieurs van kerken en kloosters.

Ook vandaag zijn er gereformeerde stromingen die het afbeelden van bijbelse figuren en verhalen afwijzen. Gelukkig trekken ze niet meer als vandalen door het land.

Thematiek

In de vroege middeleeuwen koos de kunstenaar meestal voor de voorstelling van God als koning, vaak zittend op een hoge, gouden troon, en voor Het Laatste Oordeel, waarin de zondaars in de hel belanden en de goede mensen naar de hemel mogen.

Later in de middeleeuwen, onder invloed van theologen als Thomas van Aquino (ca. 1224 - 1274) en Franciscus van Assisi (ca. 1182 - 1226), kwamen leven en dood van Jezus letterlijk meer in beeld. Christus werd vooral afgebeeld als lijdende mens. Talloze madonna's uit die tijd getuigen van de toegenomen populariteit van Maria.

Vervolgens duurde het nog enkele eeuwen voordat kunstenaars niet-religieuze onderwerpen gingen (en mochten) afbeelden. Die belangrijke ontwikkeling in de kunstgeschiedenis kwam voort uit groeiende belangstelling voor de eigen omgeving en uit een herontdekking van het klassieke erfgoed. Deze renaissance deed zich het eerst voor in Italië in de 13e en 14e eeuw (o.a. Giotto) en kwam tot ongekende bloei in de 15e en 16e eeuw.

Techniek

De eerste bijbelse kunstenaars waren waarschijnlijk de monniken die niet alleen bijbels kopieerden maar ze ook verlevendigden met miniaturen. Kloosters waren in de vroege middeleeuwen de voornaamste centra van cultuur.

Met het toenemende aantal steden in de hoge middeleeuwen was er steeds meer werk voor vaklieden voor de bouw en inrichting van kerken. Er moesten beelden komen voor de buitenkant, en schilderijen om de wanden mee te bedekken.

[meer volgt ...]