Zondvloed

God was niet erg tevreden over het gedrag van de mensen die hij had voortgebracht. Hij besloot tot een grote schoonmaak. Alleen het gezin van de godvruchtige Noach werd gewaarschuwd: Noach moest een ark bouwen om de zondvloed te kunnen doorstaan. Ook moest hij van elke diersoort een mannetje en een vrouwtje meenemen, zodat de soorten in stand konden worden gehouden.

Door langdurige regenval steeg het water op aarde zo hoog dat iedereen omkwam, behalve de opvarenden van de ark. Na verloop van tijd liet Noach enkele vogels los: hij dacht dat als ze terug zouden komen, er nog geen land zou zijn drooggevallen. Toen een duif terugkwam met een olijftak in zijn bek, wist Noach dat het tijd was om weer aan land te gaan.

Het bijbelse zondvloedverhaal is waarschijnlijk ontleend aan het Gilgamesj-epos, een Sumerisch heldendicht dat tussen 2600 en 2100 v.C. ontstond.

In de beeldende kunst worden vooral de bouw van de ark, het inschepen van de dieren en de duif met olijftak gebruikt.

Zie ook: Noach

Bekijk gerelateerde werken uit het Rijksmuseum via deze iconclasses: 71B32, 71B33.

Gerelateerde kunstwerken: