Tweede aanhangsel aan het boek van de profeet Daniël, namelijk: Het gezang der drie mannen in het vuur hetwelk op het Gebed van Azaria volgt.


51 TOEN zongen de drie als uit één mond, en loofden en prezen God in de oven, zeggende:

52 Geloofd zijt gij, Here, gij God onzer vaderen, die moet geprezen en hoog geroemd zijn in der eeuwigheid. Geloofd zij uw heerlijke naam die heilig is en hoog te prijzen en te roemen in der eeuwigheid.

53 Geloofd zijt gij in de tempel uwer heilige heerlijkheid, en hoog geprezen en hoog verheerlijkt zijt gij in der eeuwigheid.

54 Geloofd zijt gij die daar zit op de Cherubim en ziet de diepten aan, en hoog geprezen en hoog geroemd zijt gij in der eeuwigheid.

55 Geloofd zijt gij, op de troon der heerlijkheid van uw konink rijk, en hoog geprezen en hoog verheerlijkt zijt gij in der eeuwig heid.

56 Geloofd zijt gij in de vastigheid des hemels en hoog geprezen en verheerlijkt in der eeuwigheid.

57 Alle gij werken des Heren looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.

58 Gij engelen des Heren looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.

59 Gij hemelen looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.

60 Alle gij wateren, die boven de hemel zijt, looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.

61 Looft de Here alle gij heerkrachten des Heren, prijst hem en roemt hem.

62 Looft de Here gij zon en gij maan, prijst hem en roemt hem.

63 Looft de Here gij gesternten des hemels, prijst hem en roemt hem in der eeuwigheid.

64 Al gij regen en dauw looft de Here, prijst hem en roemt hem in der eeuwigheid.

65 Gij winden alle looft de Here, prijst hem en looft hem in der eeuwigheid.

66 Gij vuur en hitte looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.

67 Koude en hitte looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.

68 Dauw en rijm looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.

69 Gij nachten en dagen looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid

70 Licht en duisternis looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.

71 Vorst en koude looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.

72 IJs en sneeuw looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.

73 Bliksem en wolken looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.

74 De aarde love de Here, zij prijze en roeme hem in der eeuwigheid.

75 Gij bergen en heuvelen looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.

76 Alles wat in de aarde wast love de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.

77 Gij fonteinen looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.

78 Gij zeeën en rivieren looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.

79 Gij walvissen, en al wat zich roert in de wateren, looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.

80 Alle gij vogelen des hemels looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.

81 Alle gij wilde gedierten en vee looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.

82 Gij kinderen der mensen looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.

83 Israël, looft de Here; prijst en roemt hem in der eeuwigheid.

84 Gij priesters des Heren looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.

85 Gij knechten des Heren looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.

86 Gij geesten en zielen der rechtvaardigen looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.

87 Gij heilige en deemoedige van harte looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid.

88 Ananias, Azaria, Misaël looft de Here, prijst en roemt hem in der eeuwigheid, want hij heeft ons getrokken uit de hel en heeft ons verlost uit de hand des doods, en heeft ons behouden uit het midden van de brandende vlam des ovens, en heeft ons behouden uit het midden des vuurs.

89 Dankt de Here want hij is vriendelijk, want zijn barmhartigheid duurt in der eeuwigheid.

90 Gij allen die de Here vreest looft de God der goden, prijst hem en dankt hem, want zijn barmhartigheid duurt in alle eeuwigheid.