Het boek der Richteren


Dit boek, het zevende in de bijbel, verhaalt over de periode waarin de joodse stammen geen centraal gezag kende, maar wel charismatische leiders die in gevallen van nood opstonden (of geroepen werden). Zij gaven leiding in de strijd tegen vijanden, en traden vervolgens op als rechters.

De periode zonder centraal gezag is een historisch feit, maar wordt in dit boek gepresenteerd als een tijd waarin de stammen van Israël telkens werden aangevallen door andere volken. In werkelijkheid was het de periode waarin de Israëlische stammen het land Kanaän geleidelijk aan binnentrokken en daarbij strijd leverden met gevestigde stammen.

Het boek is tot stand gekomen tijdens de Babylonische ballingschap. Het bestaat uit drie delen: een inleiding waarin o.a. de verovering van Kanaän beschreven wordt (hoofdstuk 1 en 2), de verhalen over de richteren (hoofdstuk 3 t/m 16), en een aanhangsel waarin onder meer verteld wordt over de bijna volledige vernietiging van de stam van Benjamin.

Er waren in totaal vijftien richteren, of richters, twaaf mannen en een vrouw. Zij waren een soort verlossers, door god gezonden als het volk weer eens afvallig was geweest en daarvoor gestraft werd met onderdrukking door een ander volk. De richteren waren achtereenvolgens:

  1. Othniël, verloste het volk van de Mesopotamiërs (Rich. 3:9). Er volgde 40 jaar rust.
  2. Ehud, verloste het volk van de Moabieten (Rich. 3:15). Daarna 80 jaar rust.
  3. Samgar, sloeg de Filistijnen (Rich. 3:31).
  4. Debora, de enige vrouw in de reeks, een profetesse, versloeg de Kanaänieten (Rich. 4). Hoofdstuk 5 bevat het zgn. Deboralied. 40 jaar rust.
  5. Gideon, versloeg de Midianieten (Rich. 6-8) met een groep van driehonderd man: de Gideonsbende. Kreeg de bijnaam Jerubbaäl nadat hij een altaar voor de afgod Baäl vernietigde. 40 jaar rust.
  6. Abimelech, 3 jaar richter (Rich. 9), gedood als uitvloeisel van een vervloeking omdat hij bijna al zijn broers had vermoord.
  7. Thola, 23 jaar richter (Rich. 10:1).
  8. Jaïr, 22 jaar richter (Rich. 10:3).
  9. Jeftha, zoon van Gilead en een hoer, daarom verstoten en bendeleider geworden. Het volk van Gilead deed toch een beroep op hem om de Ammonieten te verdrijven (Rich. 11), waarna hij zes jaar richter was.
  10. Ebzan, richtte zeven jaar (Rich. 12:8).
  11. Elon, richtte tien jaar (Rich. 12:11).
  12. Abdon, richtte acht jaar (Rich. 12:13).
  13. Simson, de man met de onmetelijke kracht, bestreed de Filistijnen (Rich. 13-16) tegen wie hij na het verraad van zijn Filistijnse vrouw een grote wrok koesterde. Na zijn eerste wraakactie doodden de Filistijnen zijn vrouw, waarop Simson duizend Filistijnen doodde. Hij werd later verliefd op Delila, eveneens een Filistijnse. Aan haar vertelde hij het geheim van zijn kracht, waarop zij zijn haar afknipte en hem tegen betaling overdroeg aan haar landgenoten die hem de ogen uitstaken. In het gevang kwam zijn kracht terug; hij nam wraak door tijdens een feest een tempel in te laten storten waardoor hijzelf en ruim drieduizend Filistijnen omkwamen. Hij was 20 jaar richter.
  14. Eli, meer hogepriester dan richter, 40 jaar (1 Sam. 1).
  15. Samuël, de laatste richter (gedurende 12 jaar). Hij volgde Eli op als hogepriester en wist de Filistijnen terug te drijven. Zie 1 Samuël. Het volk vroeg om een koning, en op last van God zalfde Samuël Saul tot eerste koning van Israël.

Leestip: Het verhaal gaat..., deel 3 De verhalen van Richters en Koningen, door Nico ter Linden. Over de verhalen van de boeken Jozua, Richteren, Samuël en Koningen.

Filmtip: De Bijbel - Simson en Delila op DVD