Het boek van Ruth


Dit boek speelt in de tijd van de richteren en verhaalt over Ruth, een Moabitische weduwe. Samen met haar schoonmoeder Naomi trekt zij naar Israël waar zij Boaz ontmoet, een ver familielid van Naomi. Deze Boaz leeft een aantal traditionele regels na: conform Leviticus 25 koopt hij het land terug (lossen) dat Naomi eerder had verlaten, en conform Deuteronomium 25 neemt hij de plicht op zich om Ruth tot zijn vrouw te nemen. Hiertoe moet Ruth wel een truc gebruiken die haar schoonmoeder haar influistert (zie hoofdstuk 3).

Het belang van dit kleine boek is vooral dat het een deel van de voorgeschiedenis van David en daarmee Jezus beschrijft: Ruth en Boaz krijgen een zoon, Obed, die de grootvader van David zou worden.

De Hebreeuwse naam 'Ruth' betekent zowel 'vriendin' als 'vriendschap'. Het is niet met zekerheid te zeggen wanneer het boek geschreven is; men vermoedt de 5e eeuw v.C., omdat er maatschappelijke onderwerpen worden aangesneden die in de tijd na de Babylonische ballingschap speelden.