Het tweede boek der Koningen


In de oude Hebreeuwse bijbel waren 1 en 2 Koningen één boek. Griekse vertalers splitsten het in twee delen. 2 Koningen sluit zodoende naadloos aan op 1 Koningen, waarin het ontstaan van de scheuring tussen het noordelijke koninkrijk Israël en het zuidelijke koninkrijk Judea (Juda) wordt beschreven. 2 Koningen beschrijft de val van Israël en Judea en het begin van de Babylonische ballingschap.

De geschiedenissen van beide koninkrijken zijn nauw met elkaar verweven. In de boeken der koningen is er wellicht daarom voor gekozen de verhalen door elkaar heen te laten lopen - hetgeen niet bevorderlijk is voor een chronologisch overzicht. Bovendien wordt af en toe simpelweg doorverwezen naar de Kronieken, met een zinnetje à la is dat niet geschreven in het boek der kronieken [..] ?

Enige tijd na de dood van Achab werd diens zoon Joram koning van Israël (2 Kon. 1:17). Een naamgenoot was destijds koning van Judea. Joram van Israël maakte een eind aan de door zijn vader ingevoerde Baälverering. Religieuze twisten kenmerkten zijn koningschap: enerzijds de orthodoxie, anderzijds de heidense doch met het oog op de buren politiek strategische afgodenverering. Het bewind van Joram werd in 841 v.C. met geweld verdreven door de orthodoxe Jehu-dynastie, die tot 743 regeerde. Gebruik makende van interne twisten, konden de Assyriërs de hoofdstad Samaria bezetten; vele Israëlieten werden gedeporteerd (2 Kon. 18).

Ook in Judea woedde strijd tussen orthodoxe aanhangers van Jahweh en aanbidders van andere goden. Koningin Athalia (844-839) bevorderde de Baälverering; zij werd gedood op instigatie van de hogepriester Jojada en opgevolgd door haar kleinzoon Joas, de enige overgebleven nakomeling van koning David. Onder Joas' opvolger Amazia bezetten de Israëlieten Judea. Pas onder koning Uzzia kwam Judea tot bloei. Na hem werd de Assyrische invloed groter. In 609 kwam Judea onder Egyptisch gezag; in 598 namen de Babyloniërs de macht over (2 Kon. 24). Nebukadnezar van Babel stelde Zedekia aan als koning van Judea. Nadat deze, ondanks waarschuwingen van o.a. de profeet Jeremia, in opstand kwam tegen Babel, werd in 586 v.C. Jeruzalem verwoest en Judea ingelijfd bij het Babylonische rijk.