Geertgen tot Sint Jans ca. 1460/65 – ca. 1488/93

De boom van Jesse

olieverf op paneel (89 × 59 cm) — ca. 1500
Museum Rijksmuseum, Amsterdam

Biografie van Geertgen tot Sint Jans

Bestel een reproductie

Dit werk is gekoppeld aan Jesaja 11:1

Scroll s.v.p. omlaag voor meer informatie over het kunstwerk.

De profeet Jesaja sprak metaforisch over een boom van Isaï waaruit een vrucht zou komen die rechtvaardig zou heersen. Die Isaï, ook wel Jesse genoemd, was de vader van koning David, die volgens de apostel Mattheüs een rechtstreekse voorvader was van Jezus.

Jesse ligt hier op de grond te slapen. In de boom zit zijn nageslacht, te beginnen met David (met lier) en voorts de koningen Salomo, Rehoboam, Abia, Asa, Jehosaphat, Joram, Uzziah, Joatham, Achaz, Hezechias en Manasse. Helemaal bovenin zit Maria met kind.

De biddende non op de voorgrond zou gezien haar witte habijt lid kunnen zijn van twee kloosterorden in Geertgens woonplaats Haarlem: de orde van Maria Magdalena of die van de Wittevrouwen. De man rechts, in contemporaine kleding, zou dan de rector kunnen zijn van het klooster van de non. Overigens was de non eeuwenlang onzichtbaar: bij een restauratie in 1930 kwam ze letterlijk achter een muurtje tevoorschijn. Misschien vonden protestantse eigenaren zo'n katholieke non niet zo geslaagd.

De man achter de non is waarschijnlijk Jesaja, maar het is onduidelijk waarom hij een pelgrimstas draagt.

Het geheel is geplaatst in een gesloten hof, een hortus conclusus, hetgeen een verwijzing is naar de maagdelijke status van Maria.

Het paneel is niet met zekerheid aan Geertgen toe te schrijven. Lange tijd werd gedacht dat het een werk was van zijn leerling Jan Mostaert. Maar de datering rond 1500 zou het voor de toen nog jonge Jan een onwaarschijnlijke prestatie hebben gemaakt. Onderzoek aan het hout wijst uit dat het paneel waarschijnlijk op z'n vroegst na 1494 beschilderd is - toen Geertgen volgens sommige schattingen al was overleden. Wellicht is dus een derde, onbekende meester de maker.