Jozef (OT)

De Jozef in het Oude Testament was de op een na jongste zoon van Jakob. Omdat Jakob hem het meest liefhad, hadden zijn oudere broers een hekel aan hem en zorgden ze ervoor dat hij uit het zicht van zijn vader verdween. Ze verkochten hem als slaaf naar Egypte.

Daar kwam hij in dienst van Potifar. Diens vrouw kreeg een oogje op Jozef, die daar niets van moest hebben. Daarop zorgde zij ervoor dat hij in de gevangenis belandde.

In de gevangenis ontpopte hij zich als kundig uitlegger van dromen en slaagde hij erin in de gunst van de farao te komen. Die benoemde hem tot onderkoning.

Met een hongersnood in het vooruitzicht was Jozef zo slim geweest een grote voorraad graan aan te leggen voor het volk. Vanuit Israël zond Jakob zijn zoons naar Egypte om graan te kopen, niet wetende dat Jozef nog in leven was. Toen Jozef zich bekendmaakte en Jakob van zijn lot hoorde, vestigden Jakob en zijn gezin zich ook in Egypte. Jozef werd er 110 jaar oud, en liet twee zoons achter: Manasse en Efraïm.

Zie ook: Jozef en de vrouw van Potifar

Bekijk gerelateerde werken uit het Rijksmuseum via deze iconclass: 71D.

Gerelateerde kunstwerken: