De Klaagliederen van Jeremia


Grote profeten

In dit bijbelboek rouwt Jeremia om de val van Jeruzalem en de verwoesting van de tempel in 586 v.C. (zie de chronologie). Volgens de profeet is de ramp geheel te wijten aan het gedrag van het volk Israëls: het zou een straf van God zijn voor hun zonden. Het is vooral dit boek waarmee Jeremia voortleeft als naamgever van het werkwoord jeremiëren.

De beginletters van de verzen van de eerste vier hoofdstukken vormen in de Hebreeuwse versie het alfabet. Die liederen zijn dus acrostichons. De Statenvertalers hebben de Hebreeuwse beginletters opgenomen in de tekst.

Schrijfstijl, boodschap en taal sluiten aan bij het boek van Jeremia, waardoor doorgaans gesteld wordt dat Jeremia zelf de auteur is. Het ontbreken van acrostichons in het boek Jeremia wijst er volgens sommigen echter op dat de Klaagliederen door een ander geschreven moeten zijn.

In de Hebreeuwse traditie zijn de Klaagliederen een van de vijf boeken die op bijzondere dagen gereciteerd worden (zie joodse feestdagen). Daarnaast worden ze gezongen bij de Klaagmuur in Jeruzalem, de overgebleven muur van de tempel. In de niet-protestantse christelijke Kerk worden ze veelvuldig aangehaald in de weken voor Pasen, de lijdenstijd. De bijbehorende muziek wordt met de latijnse naam lamentationes aangeduid.