[inhoud]

G.J. van der Vlis - De Statenvertaling

De invoering

Vervolgens was het zaak de nieuwe vertaling ingang te doen vinden. Zoals bij elke verandering moest ook nu de nodige weerstand overwonnen worden: bevatte de oude vertaling niet alles wat voor de zaligheid van node was? Had men al die jaren soms over een valse Bijbel beschikt? Dit was toch slechts een onnodige nieuwigheid, waaruit meer kwaads dan goeds zou voortkomen?!

Op de meeste plaatsen in ons land werkten overheid en kerk eendrachtig samen bij de invoering van de Statenbijbel. De Groningers gaven het goede voorbeeld. Reeds in 1638 was elke kerk in deze provincie van twee nieuwe Bijbels voorzien. De Amsterdammers vertraagden echter zoveel als mogelijk was. Zij konden maar moeilijk verkroppen dat de nieuwe "overzetting" voorlopig alleen in Leiden en niet in hun stad gedrukt mocht worden. De stadsregering van Amsterdam stond haar drukkers daarom zelfs toe, nadrukken te maken met verkorte kanttekeningen. Dat dit tot de nodige wrijvingen met de Leidenaren heeft geleid, zal niemand verbazen.

Gelderland was het gewest waar de invoering de meeste tijd heeft gekost. De Gelderse synode had in 1638 bepaald, dat men overal de nieuwe vertaling met de meeste sachticheyt en discretie in gebruik zou doen nemen. In de steden verliep de vervanging vlot, maar op het platteland was het enthousiasme beduidend geringer.

De remonstrantse dichter Jacob Westerbaen liet in 1655 duidelijk merken dat hij weinig waardering kon opbrengen voor het werk van de statenvertalers. Zo schreef hij: maer al sijn de woorden aldaer duytsch [= Nederlands] so valt even-wel de sin der selver op veele plaetsen duyster, omdat het Hebreeusch-duytsch, of verduytscht Hebreeusch, dat om de eygene maniere van spreecken in die taele als het van woord tot woord is vertaelt noch wel duyster blijven kan, ende so valt het daer benevens noch veeltijds swaer te kunnen uytvinden hoe hier en daer den text aen een hanght; Volgens Westerbaen waren de statenvertalers dus te dicht bij het Hebreeuws gebleven, waardoor moeilijk te begrijpen Nederlands was ontstaan. De dichter vertolkte echter het gevoelen van een minderheid. Verreweg de meeste mensen waren blij met deze "getrouwe overzetting".

Jarenlang heeft het gevecht tegen de drukfouten geduurd. Kerk en staat was er veel aan gelegen dat deze gebreken verholpen werden, want ze zouden maar al te gemakkelijk het gezag van de nieuwe vertaling kunnen aantasten. Hendrick en Jacob Keur staan bekend om de zorgvuldigheid waarmee zij bij het drukken te werk zijn gegaan. Maar ook hun uitgave van de Bijbel was niet feilloos.

kist
De kist waarin de drukproeven en het eerste exemplaar van de Statenvertaling alsmede de handschriften van de vertalers werden bewaard.

Om het aanzien van de Statenvertaling te verhogen, reisde elke drie jaar een commissie bestaande uit afgevaardigden van kerk en overheid naar Den Haag om daar in de Trèveszaal de 18 banden over de Dordtse synode te onderzoeken. De dag daarna voer het gezelschap met de trekschuit naar Leiden waar het door een commisie van ontvangst werd afgehaald. Onder grote publieke belangstelling begaven de afgevaardigden zich dan naar het stadhuis om de 13 banden met stukken over de Statenbijbel aan een inspectie te onderwerpen. Pas tijdens de Franse overheersing kwam er een einde aan dit schouwspel. Het laatste plechtige onderzoek vond in het jaar 1800 plaats.

Samenvattend kan worden gezegd dat de Statenbijbel geleidelijk, maar toch relatief snel is ingevoerd. Velen hebben dit werk bestudeerd en er troost uit geput. Helaas werd wel eens vergeten dat de grondtekst en niet de Nederlandse vertaling daarvan authentiek is.

G.J. van der Vlis (voorjaar 1994)

« 6: Aan het werk!



Bron: C.C. de Bruin: Invoering en ontvangst van de Statenvertaling. In: De Statenvertaling 1637 - 1937. De Erven F. Bohn N.V./Haarlem 1937