[inhoud]

G.J. van der Vlis - De Statenvertaling

De apocriefe boeken

Vervolgens kwam de vraag aan de orde, wat er met de apocriefe boeken moest gebeuren. De synode was van oordeel dat dit slechts menselijke geschriften waren en sommige ook verdichte [= verzonnen] en vervalschte schriften, gelijk daar zijn de Historie van Judith, Suzanna, Tobias, Bel en van den Draak, en inzonderheid het derde en vierde boek van Ezra;. Hier en daar waren ze zelfs strijdig met de canonieke boeken. Ze waren bovendien noch in de Joodsche, noch in de oudste Christelijke kerk, bij het boek des Ouden Testaments [...] bijgevoegd geweest. Wanneer ze in één band met de canonieke geschriften zouden worden opgenomen dan bestond het gevaar dat ze door de onkundigen voor canoniek en Goddelijke gehouden zouden worden.

Met meerderheid van stemmen werd besloten de apocriefe boeken toch vanuit het Grieks in het Nederlands te vertalen. Maar aan dit werk zou minder zorg worden besteed dan aan de vertaling van de canonieke geschriften. De apocriefe boeken waren van oudsher in binnen- en buitenland altijd in één band met canonieke uitgegeven. Wanneer de Nederlanders van dit gebruik zouden afwijken, dan kon dit lichtelijk een oorzaak van ergernissen en lasteringen worden. En hoewel te wenschen ware, dat al deze Apocriefe boeken nooit bij de heilige Schriftuur waren gesteld geweest, zoo vond men nochtans goed, dat, in dezen tijd, dezelve [...] van het lichaam des Bijbels niet zouden gescheiden, maar daarbij gevoegd worden, mits dit voorbehoud:

Dat ze van de Canonieke boeken, door een behoorlijke tusschenruimte, en door een bizonderen titel [= opschrift], onderscheiden zouden worden, waarin nadrukkelijk aangewezen werd, dat deze boeken menschelijke schriften zijn, en derhalve Apocrief.

Dat ze met andere, mindere letters gedrukt worden; dat aan den kant alle plaatsen aangeteekend en wederlegd worden, die met de waarheid der Canonieke boeken zijn strijdende, en voornamelijk al degene, die de Papisten [= roomsen] tegen de Canonieke waarheid uit deze boeken voortbrengen.

Dat daarbenevens de drukkers dezelve door een bizonder getal van bladzijden onderscheiden, zoodat ze ook afzonderlijk gebonden kunnen worden. De drukkers moesten de apocriefe boeken dus apart pagineren.

Hoewel het tot dan toe steeds gebruikelijk was geweest, de apocriefe boeken achter het Oude Testament te plaatsen, werd besloten ze nu achter het Nieuwe Testament op te nemen, opdat de mensen ze goed zouden leren onderscheiden van de canonieke boeken. Het vraagstuk van de apocriefe boeken was met het nemen van deze besluiten opgelost.

« 3: het vertaalprincipe

» 5: een taalkundig probleem



bron: zitting 9 en 10, Acta of Handelingen der Nationale Synode te Dordrecht 1618 - 1619, Naar de oorpronkelijke Nederduitsche uitgave onder toezicht van J.H. Donner en S.A. Van den Hoorn, Den Hertog B.V. / Houten 1987 (Alle opmerkingen tussen [...] zijn toevoegingen van mij)

Zie ook: overzicht apocriefe boeken, en de Waarschuwing aan de lezers van de apocriefe boeken.