De profeet Joël


Twaalf kleine profeten

Dit boek is het tweede van de twaalf kleine profeten. Er zijn verschillende opvattingen over de datering van het verhaal. Sommigen stellen dat het handelt in de eerste decennia van de zesde eeuw v.C.; anderen plaatsen het in de context van een aanklacht tegen Judese leiders over een sprinkhanenplaag die rond 400 v.C. zou hebben plaatsgevonden. Doorgaans wordt ook het boek rond 400 v.C. gedateerd. Over Joël zelf is weinig bekend, behalve dat hij een zoon was van ene Pethuël.

De sprinkhanenplaag in hoofdstuk 1 wordt door Joël uitgelegd als een vooraankondiging van de dag des oordeels. In hoofdstuk 2 wordt verlossing van dergelijke plagen in het vooruitzicht gesteld als men zich bekeert en tot inkeer komt. Het laatste deel van hoofdstuk 2, dat in sommige vertalingen en in de joodse Tenach een zelfstandig hoofdstuk is, geeft een beschrijving van de dag des oordeels. In hoofdstuk 3 wordt het lot van heidenen en andere vijanden beschreven.

In vers 2:23 wordt volgens sommige interpretaties de komst van de Messias aangekondigd: [..] want Hij zal u geven dien Leraar ter gerechtigheid;. Uit de kanttekeningen bij dat hoofdstuk kan echter worden opgemaakt dat die uitleg niet onomstreden is.

In sommige vertalingen bestaat het boek Joël uit vier hoofdstukken: het laatste deel van hoofdstuk 2 (vanaf vers 2:28) vormt daar een apart hoofdstuk.

De naam Joël is een samenstelling van de delen J voor Jahweh en El van Elohim; de Hebreeuwse betekenis is zodoende "Jahweh is God".

Joël in de beeldende kunst: als fresco van Michelangelo en als aquarel van Tissot.