De profeet Micha


Twaalf kleine profeten

Micha is de zesde van de zgn. kleine profeten: profeten aan wie relatief korte boeken zijn gewijd. Hij zou volgens de aanhef geleefd hebben in de 8e eeuw v.C., en was een Morastiet: iemand afkomstig uit de stad Moreset-Gat, in Juda.

Micha was dus een tijdgenoot van Jesaja, Amos en Hosea; het begin van hoofdstuk 4 komt vrijwel letterlijk overeen met Jes. 2:2-4, en de hoofdstukken 6 en 7 vertonen gelijkenis met het werk van Hosea. Er schijnen aanwijzingen te zijn dat die twee hoofdstukken geschreven zijn voordat Micha predikte.

Men onderscheidt gewoonlijk drie delen, die elk beginnen met de aanhef "Hoort [..]":

  1. onheilsprofetiën over Samaria en Jeruzalem, de hoofdsteden van het noordelijke Israël resp. het zuidelijke Juda, vanwege de afgoderij aldaar (hoofdstukken 1 t/m 3).
  2. profetiën waarin de verwachting wordt uitgesproken dat het toch ooit goed zal komen: hoofdstukken 4 en 5. In Micha 5 wordt de komst van de messias voorspeld.
  3. in 6 en 7 wordt het volk door God aangeklaagd vanwege ondankbaarheid: er heerst goddeloosheid terwijl God ervoor gezorgd had dat het volk bevrijd werd uit de Egyptische slavernij.

De naam Micha betekent zoveel als 'wie is als Jahweh'.

Micha in de beeldende kunst: als deel van Van Eycks Gents altaarstuk, en op een aquarel van Tissot.